Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Irazúkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Irazúkolibrie | Panterpe insignis

Fiery-throated Hummingbird | Colibrí garganta de fuego

De irazúkolibrie, genoemd naar de vulkaan Irazú in Costa Rica, leeft alleen in de hoge bergen van Costa Rica en het westen van Panama. Van opzij lijkt hij donker, maar van voren lichten een vuurrode tot goudkleurige keel en een blauwe borstvlek op. Hij verdedigt bloeiende struiken fel tegen andere kolibries.

Irazúkolibrie (Panterpe insignis)
Foto: Joseph C Boone — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Hoge, dunne en piepende tsiek-roepjes, en bij achtervolgingen een snel, zoemend gekwetter.

Luister: ZangXC394884

Opname: Kent Livezey — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm, met een rechte zwarte snavel. Beide geslachten zijn donkergroen, met een blauwe kruin, een witte vlek achter het oog en een blauwzwarte staart. De keel is in het midden goud- tot oranjerood en wordt naar de randen groen; daaronder ligt een violetblauwe borstvlek. Afhankelijk van de lichtval kunnen keel en borst ook donker lijken. Het vrouwtje heeft iets kleinere glansvlekken.

Verwarrings­soorten

De talamancakolibrie Eugenes spectabilis is veel groter, met een langere snavel en een blauwgroene keel. De roodbuikjuweelkolibrie Lampornis castaneoventris heeft een witte streep achter het oog en mist de vurige keel. De vulkaankolibrie Selasphorus flammula is veel kleiner, met roestbruin in de staart. De purperkeeljuweelkolibrie Lampornis calolaemus heeft een purperen keel en een witte oogstreep.

Leefgebied

Eikenbos en bergregenwoud met veel epifyten, bosranden, struikgewas, páramo-randen en tuinen in de hoge bergen, ongeveer tussen 1400 en 3200 m, het meest boven 2000 m. Foerageert bij bloemen van heideachtige struiken en epifyten en gebruikt ook gaten die bloemprikkers in bloemen hebben gemaakt. Buiten het broedseizoen dalen vogels deels af naar lagere hoogten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. In de hooglanden van Costa Rica, in de Cordillera de Tilarán, de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca, en in het westen van Panama in Chiriquí en aangrenzend Bocas del Toro.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op de hellingen van de vulkanen Irazú en Poás, langs de Interamericana bij de Cerro de la Muerte en bij de voederplekken in de vallei van San Gerardo de Dota in Costa Rica; in Panama op de vulkaan Barú.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt leefgebied algemeen. Het verspreidingsgebied is klein, maar ligt grotendeels in beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Panterpe insignis | Cabanis & Heine, 1860

Cabanis & Heine beschreef de soort in 1860 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Panterpe voerde hij in datzelfde werk in. Panterpe is Grieks, van pan 'alles' en terpō 'verheugen': 'die iedereen verrukt'. insignis is Latijn voor 'opmerkelijk, voortreffelijk', van in en signum 'teken', naar de vuurrode keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Costa Rica.