Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Talamancakolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Talamancakolibrie | Eugenes spectabilis

Talamanca Hummingbird | Colibrí de Talamanca

De talamancakolibrie is een van de grootste kolibries van Midden-Amerika en leeft alleen in de hoge bergen van Costa Rica en het westen van Panama. Tot 2017 gold hij als ondersoort van rivoli's kolibrie. Bij voederplekken in de Talamanca verdringt hij de meeste kleinere kolibries.

Talamancakolibrie (Eugenes spectabilis)
Foto: Don Faulkner — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp, droog tsjip, en bij achtervolgingen een droog gekwetter.

Luister: RoepXC1185943

Opname: Nick Talbot — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–14 cm, met een lange, rechte zwarte snavel. Het mannetje is donkergroen, met een glanzend violette kruin, een glanzend turquoise tot blauwgroene keel, een zwartachtige borst en buik, een witte vlek achter het oog en een donkere bronsgroene staart. Het vrouwtje is groen van boven, met een witte streep achter het oog, grijze, groen gevlekte onderdelen en een groene staart met grijswitte toppen aan de buitenste pennen.

Verwarrings­soorten

De irazúkolibrie Panterpe insignis is veel kleiner en heeft een vuurrode tot goudkleurige keel en een blauwe borstvlek. De roodbuikjuweelkolibrie Lampornis castaneoventris is kleiner, met een kortere snavel; het mannetje heeft een witte keel, het vrouwtje een kaneelkleurige onderkant. De groenkruinbriljantkolibrie Heliodoxa jacula leeft lager in de bergen en heeft een groene keel zonder paarse kruin. Rivoli's kolibrie Eugenes fulgens komt alleen ten noorden van Costa Rica voor.

Leefgebied

Eikenbos en bergregenwoud, bosranden, struikgewas en páramo-randen in de hoge bergen, ongeveer tussen 1800 en 3300 m. Foerageert in alle lagen bij bloeiende struiken, epifyten en salvia's, vangt veel insecten in de vlucht en komt bij voederplekken van lodges.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. In de hooglanden van Costa Rica, in de Cordillera Central en de Cordillera de Talamanca, en in het westen van Panama in Chiriquí en aangrenzend Bocas del Toro.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bij de voederplekken van lodges in de vallei van San Gerardo de Dota en langs de Interamericana bij de Cerro de la Muerte in Costa Rica; in Panama op de hellingen van de vulkaan Barú en bij Cerro Punta.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In geschikt leefgebied vrij algemeen. Het verspreidingsgebied is klein, maar ligt grotendeels in beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Eugenes spectabilis | (Lawrence, 1867)

Lawrence beschreef de soort in 1867 als Heliomaster spectabilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Eugenes werd in 1856 ingevoerd door Gould. Eugenes is Grieks, van eugenēs 'welgeboren, edel', naar de statige verschijning van deze grote kolibrie. spectabilis is Latijn voor 'opvallend, bezienswaardig', naar het prachtige verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Costa Rica.