Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Kaneelstaartgors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Kaneelstaartgors | Peucaea sumichrasti

Cinnamon-tailed Sparrow | Zacatonero istmeño

De kaneelstaartgors is een vrij grote, gestreepte gors met een kaneelbruine staart. Hij is endemisch voor de Pacifische kant van de landengte van Tehuantepec in Oaxaca en heeft een van de kleinste verspreidingsgebieden van alle gorzen in het gidsgebied.

Kaneelstaartgors (Peucaea sumichrasti)
Foto: Dominic Sherony — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang begint met enkele losse, droge tikken die versnellen tot een stotterende triller. Paren zingen soms samen. De roep is een droog, hard tsjip.

Luister: ZangXC1169384

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm. Kop grijsbruin met fijne donkere strepen op de kruin, een lichte wenkbrauwstreep, een donkere streep achter het oog en een duidelijke zwarte baardstreep. Rug bruin met zwarte en roodbruine strepen; kleine vleugeldekveren roodbruin. Staart vrij lang, afgerond en kaneelkleurig roodbruin. Keel wit, borst en flanken grijsbeige, buik witachtig. Snavel vrij zwaar en kegelvormig, bovensnavel donker. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Botteri's gors Peucaea botterii, die plaatselijk in hetzelfde gebied voorkomt, is kleiner, met een grijsbruine staart zonder kaneelkleur en een minder duidelijke baardstreep. De roeststaartgors Peucaea ruficauda heeft een zwart-witte kop met een zwarte oorvlek en een grijze borst. De roestruggors Aimophila rufescens heeft een roodbruine kruin, een zwarte baardstreep en leeft in pijn-eikenbos op grotere hoogte.

Leefgebied

Droog doornstruweel en open droog bos met graslandjes, verspreide struiken en cactussen, ook verruigde weiden, van zeeniveau tot ongeveer 800 m. Zoekt op de grond naar zaden en insecten en zingt vanaf een struik of een paaltje.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het zuidoosten van Oaxaca in Mexico: de Pacifische laaglanden van de landengte van Tehuantepec, rond Juchitán, Tehuantepec en Salina Cruz, met mogelijk een aansluitend deel van het uiterste westen van Chiapas.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden in het droge struikgewas en de graslanden rond Juchitán en La Ventosa, vooral in het regenseizoen, wanneer de vogels zingen.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT). Het kleine verspreidingsgebied wordt bedreigd door het omzetten van doornstruweel in weiland en akkers, door branden en door de aanleg van windparken en wegen op de landengte.

Wetenschappelijke naam

Peucaea sumichrasti | (Lawrence, 1871)

Lawrence beschreef de soort in 1871 als Haemophila sumichrasti; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Peucaea werd in 1839 ingevoerd door Audubon. Peucaea is Grieks, van peukē 'pijnboom'; Audubon noemde de typesoort de 'Pinewood-Finch', naar de dennenbossen waarin die leeft. sumichrasti eert de Zwitserse natuuronderzoeker François Sumichrast (1828–1882), die jarenlang in Mexico verzamelde, onder meer op de landengte van Tehuantepec. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Juchitán, Oaxaca, Mexico.