Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Kastanjespecht

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes

Kastanjespecht | Celeus castaneus

Chestnut-colored Woodpecker | Carpintero castaño

De kastanjespecht is een middelgrote, donker kastanjebruine specht met een opvallend lichte, gele tot kaneelkleurige kop en een lange, ruige kuif. De soort komt alleen in het gidsgebied voor, van het zuidoosten van Mexico tot het westen van Panama. Hij leeft in vochtig laaglandbos en is eerder te horen dan te zien.

Kastanjespecht (Celeus castaneus)
Foto: Forest Botial-Jarvis — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een luid, hol, licht nasaal kwa of kie-wah, vaak gevolgd door een reeks lagere, raspende tonen. Roffelt in korte, vrij trage roffels.

Luister: RoffelXC774177

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

23–25 cm. Het lichaam is diep kastanjebruin met zwarte, V-vormige tekening op rug, vleugels en onderdelen. De kop is duidelijk lichter, geelachtig kaneel tot lichtbruin, met een lange, ruige kuif. De stuit is lichtgeel tot kaneelkleurig. Het mannetje heeft een rode vlek op de wang onder en achter het oog; bij het vrouwtje ontbreekt die. De snavel is lichtgeel.

Verwarrings­soorten

De roodkeelspecht Celeus loricatus (van Nicaragua zuidwaarts) is kleiner en lichter kaneelbruin, zonder contrasterend lichte kop, met een korte kuif en zwarte schubben vooral op de onderdelen; het mannetje heeft rood op de keel. De gestreepte helmspecht Dryocopus lineatus is zwart met witte strepen en een rode kuif.

Leefgebied

Middelste laag en kroonlaag van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos tot ongeveer 750 m, ook hoog secundair bos, moerasbos, bosranden en in Yucatán halfgroenblijvend seizoensbos. Eet vooral mieren en termieten, die hij uit stammen, takken en nesten hakt, en daarnaast vruchten. Hakt een nestholte in een dode boom.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Van het zuidoosten van Mexico (het zuiden van Veracruz en Oaxaca, Tabasco, Chiapas en het zuiden van het schiereiland Yucatán) door Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua tot Costa Rica en het westen van Panama (Bocas del Toro), vrijwel alleen aan de Caribische kant. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Geregeld gezien in Tikal in Guatemala, in Cockscomb in Belize, bij Palenque in Mexico en bij La Selva in Costa Rica. Het holle kwa verraadt de vogel; de lichte kop valt in het halfduister van het bos goed op.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in aaneengesloten vochtig bos, maar verdwijnt waar het bos versnipperd of gekapt wordt.

Wetenschappelijke naam

Celeus castaneus | (Wagler, 1829)

Wagler beschreef de soort in 1829 als Picus castaneus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Celeus werd in 1831 ingevoerd door Boie. Celeus komt van het Griekse keleos, een naam voor een groene specht. castaneus is Latijn voor 'kastanjebruin', naar het warmbruine verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Veracruz, Mexico.