Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Kleine schaarstaartkolibrie

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores

Kleine schaarstaartkolibrie | Doricha enicura

Slender Sheartail | Colibrí tijereta

De kleine schaarstaartkolibrie is een kleine kolibrie van de hooglanden van Chiapas en het noorden van Midden-Amerika. Het mannetje heeft een zeer lange, diep gevorkte zwarte staart, die langer is dan de rest van het lichaam en meestal gesloten tot een smalle spits wordt gehouden. De soort is onopvallend en foerageert vaak laag in halfopen terrein.

Kleine schaarstaartkolibrie (Doricha enicura)
Foto: Grete Pasch — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een droog, hoog tsik of tsit, soms snel herhaald.

Luister: ZangXC458025

Opname: Edgardo Orozco Díaz — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

8–9 cm zonder de verlengde staartpennen van het mannetje, met een vrij lange, licht gebogen zwarte snavel. Het mannetje is groen op de bovendelen, met een glanzende magenta-paarse keel, een witachtige borst, groene flanken en een zeer lange, diep gevorkte zwarte staart. Het vrouwtje heeft een donkere oogstreep met een lichte wenkbrauwstreep, kaneel- tot lichtbruingele onderdelen en een afgeronde staart met roestbruine basis, een zwarte band en witte toppen.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de duponts kolibrie Tilmatura dupontii heeft een korte, rechte snavel, een blauwe tot violette keel, een zwart-wit gebandeerde staart en witte vlekken op de stuit. De elliots kolibrie Selasphorus ellioti is kleiner, heeft een rechte snavel en roestbruin in de staart; het mannetje heeft een wijnrode keel en een korte staart. Vrouwtjes van de robijnkeelkolibrie Archilochus colubris hebben een rechte snavel en witte onderdelen.

Leefgebied

Halfopen terrein in de bergen met struweel, heggen en bloeiende struiken, randen van pijn-eikenbos en nevelwoud, open plekken, koffieplantages en tuinen, ongeveer tussen 900 en 2500 m. Foerageert meestal laag bij kleine bloemen van struiken en kruiden.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het gidsgebied. In de hooglanden van Chiapas in het zuiden van Mexico en in de hooglanden van Guatemala, El Salvador en Honduras.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Chiapas rond San Cristóbal de las Casas en de omliggende bergen; in Guatemala in de hooglanden, zoals rond Antigua en het meer van Atitlán, bij bloeiende struiken langs bosranden en in tuinen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij schaars en plaatselijk, maar de soort komt ook voor in halfopen cultuurland. Verlies van bos en struweel in de hooglanden treft haar plaatselijk.

Wetenschappelijke naam

Doricha enicura | (Vieillot, 1818)

Vieillot beschreef de soort in 1818 als Trochilus enicurus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Doricha werd in 1854 ingevoerd door Reichenbach. Doricha is genoemd naar Doricha (fl. 700 v.Chr.), een beroemde Griekse courtisane of hetaere. enicura komt waarschijnlijk van het Griekse henikos 'enig, eigenaardig' en oura 'staart', naar de lange, diep gevorkte staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala (oorspronkelijk abusievelijk Brazilië).