Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Koningsspecht
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes
Koningsspecht | Campephilus guatemalensis
Pale-billed Woodpecker | Carpintero pico plata
De koningsspecht is de grootste algemene specht van Mexico en Midden-Amerika, met een rode kop en kuif en een lichte, ivoorkleurige snavel. Hij komt voor in bos en halfopen landschap van het laagland en de voetheuvels, van Sonora en Tamaulipas tot het westen van Panama.
Geluid
Trommelt met een harde dubbele slag. Roept een nasaal kient of kient-kient en een snel, kakelend gekwetter.
Opname: GABRIEL LEITE — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
35–38 cm. Het mannetje heeft een geheel rode kop met kuif en een rode keel; het vrouwtje heeft een zwarte keel en een zwart voorste deel van de kuif. Bij beide loopt een witte streep van de hals langs de zijkant van de rug; de strepen komen samen in een V. Bovenkant verder zwart, onderkant okerbeige met zwarte bandering. De snavel is lang, ivoorwit tot lichthoornkleurig, het oog licht.
Verwarringssoorten
De gestreepte helmspecht Dryocopus lineatus heeft een donkere snavel, een witte streep vanaf de snavelbasis over het gezicht, een zwart-wit gestreepte keel en witte rugstrepen die niet samenkomen. De zwartkeelspecht Campephilus melanoleucos (Panama) heeft bij beide geslachten een zwarte keel en een witte streep op de wang.
Leefgebied
Vochtig en droog laaglandbos, seizoensbos, hoog secundair bos, bosranden, galerijbos, mangrove en pijnsavanne met verspreide grote bomen, tot ongeveer 1500 m maar vooral lager. Zoekt meestal in paren op grote stammen en dikke takken naar keverlarven.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Pacifische laaglanden en voetheuvels van het zuiden van Sonora zuidwaarts, en de Golf- en Caribische kant van het zuiden van Tamaulipas zuidwaarts, inclusief het schiereiland Yucatán, door heel Midden-Amerika tot het westen van Panama (Bocas del Toro, Chiriquí en het westen van Veraguas). Komt nauwelijks buiten het gidsgebied voor.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vaak te zien in Tikal in Guatemala, in Calakmul in Campeche en in de bossen rond San Blas in Nayarit. Paren laten zich vaak vinden aan de dubbele trommelslag.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Wijdverbreid, maar afhankelijk van grote en dode bomen; verdwijnt uit sterk ontboste streken.
Wetenschappelijke naam
Campephilus guatemalensis | (Hartlaub, 1844)
Hartlaub beschreef de soort in 1844 als Picus guatemalensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Campephilus werd in 1840 ingevoerd door Gray. Campephilus is Grieks, van kampē 'rups' en philos 'liefhebbend': 'rupsenliefhebber', naar het voedsel van insectenlarven. guatemalensis betekent 'uit Guatemala', het land waar het type werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala.






