Alle soorten › Spechtachtigen › Spechten › Keizerspecht
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves › Neushoornvogels, ijsvogels en spechten Picocoraciae › IJsvogels, bijeneters en spechten Picodynastornithes
Keizerspecht | Campephilus imperialis
Imperial Woodpecker | Carpintero imperial
De keizerspecht is de grootste specht ter wereld en was endemisch in de bergen van het westen en noordwesten van Mexico. Hij leefde in oud pijn-eikenbos van de Sierra Madre Occidental en is vermoedelijk uitgestorven: de laatste zekere waarneming dateert van 1956, toen in Durango een vrouwtje werd gefilmd. Latere meldingen zijn nooit bevestigd.
Van deze soort bestaat geen foto van een levende wilde vogel met een geschikte Creative Commons-licentie. Heb je er een die aan de regels voldoet? Stuur hem in.
Geluid
Er bestaat geen bekende geluidsopname; de film uit 1956 is zonder geluid. Volgens oude beschrijvingen was de roep een nasale, trompetachtige toon, vergeleken met een speelgoedtrompet. Waarschijnlijk liet hij, net als verwante Campephilus-spechten, ook harde dubbele klopslagen horen.
Voor deze soort is nog geen opname met een geschikte Creative Commons-licentie beschikbaar.
Herkenning
56–60 cm, een zeer grote zwarte specht met een lange, spitse kuif en een grote, ivoorwitte snavel. De binnenste armpennen zijn wit en vormen bij een zittende vogel een witte vlek op de onderrug; twee smalle witte strepen lopen over de schouders naar de rug. Het oog is lichtgeel. Het mannetje heeft een rode kuif met een zwart midden, het vrouwtje een geheel zwarte kuif die naar voren omkrult. In vlucht vallen de witte achterrand van de vleugel en de witte ondervleugeldekveren op.
Verwarringssoorten
De koningsspecht Campephilus guatemalensis en de gestreepte helmspecht Dryocopus lineatus zijn veel kleiner (31–38 cm) en leven vooral in het laagland en de voetheuvels. De koningsspecht heeft bij beide seksen een rode kop en een witte halsstreep die over de rug doorloopt; de gestreepte helmspecht heeft een witte streep over de wang en een donkere snavel. Geen van beide heeft witte armpennen die bij een zittende vogel een witte vlek op de rug vormen.
Leefgebied
Open oud pijn-eikenbos en pijnbos met veel grote, deels dode bomen, op ongeveer 1700 tot 3000 m hoogte, vooral tussen 2000 en 2700 m. Leefde in paren of familiegroepen van enkele tot ruim tien vogels die over grote afstanden door het bos trokken. Zocht houtlarven onder de schors van dode en stervende pijnbomen, die hij er in grote stukken aftrok. Een paar had naar schatting enkele tientallen vierkante kilometer oud bos nodig.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Endemisch in de Sierra Madre Occidental: van het oosten van Sonora en het westen van Chihuahua door Durango, het oosten van Sinaloa, Zacatecas en Nayarit tot Jalisco en het noorden van Michoacán. Al in de eerste helft van de twintigste eeuw sterk achteruitgegaan; na 1956 zijn er alleen onbevestigde meldingen. Gerichte zoektochten in de laatste resten oud bos hebben geen sporen van de soort opgeleverd.
Hoe en wanneer kijken
Er is geen plek bekend waar de soort nog voorkomt. Een met foto, film of geluid vastgelegde waarneming in de Sierra Madre Occidental zou van groot belang zijn. Meldingen van een grote zwarte specht in de bergen blijken bij navraag meestal op de gestreepte helmspecht of op herinneringen van tientallen jaren geleden te berusten.
Staat van instandhouding
Ernstig bedreigd, mogelijk uitgestorven. De achteruitgang kwam door de kap van vrijwel al het oude bos in de Sierra Madre Occidental en door jacht: de vogels werden geschoten voor voedsel, als curiositeit en voor gebruik in volksgeneeskunde, en werden door de houtindustrie als schadelijk beschouwd. Er is vrijwel geen oud bos van voldoende omvang meer over.
Wetenschappelijke naam
Campephilus imperialis | (Gould, 1832)
Gould beschreef de soort in 1832 als Picus imperialis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Campephilus werd in 1840 ingevoerd door Gray. Campephilus is Grieks, van kampē 'rups' en philos 'liefhebbend': 'rupsenliefhebber', naar het voedsel van insectenlarven. imperialis is Latijn voor 'keizerlijk', naar het formaat: de grootste specht ter wereld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jalisco, Mexico.

