Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Kuifuil

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Kuifuil | Lophostrix cristata

Crested Owl | Búho corniblanco

De kuifuil is een middelgrote bosuil van vochtig laaglandbos, herkenbaar aan de lange witte oorpluimen die doorlopen in witte wenkbrauwen. Hij komt voor van het zuiden van Mexico tot in Bolivia en het Amazonegebied. In het gidsgebied leeft hij in ongestoord bos, vaak langs beken en rivieren. Hij is uitsluitend ’s nachts actief en rust overdag, vaak in paren, laag in dicht gebladerte.

Kuifuil (Lophostrix cristata)
Foto: Luiz Fernando Matos — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een laag, ver dragend, grommend grrrrrow, ingeleid door een kort, stotterend geratel, k-k-kkkk, dat versnelt naar een diepe, ruwe en kelige toon. Het geluid doet eerder denken aan een kikker of een zoogdier dan aan een uil. Te horen vooral in het eerste deel van de nacht.

Luister: ZangXC1185046

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

38–43 cm, met zeer lange, witte tot okergele oorpluimen die schuin naar buiten en omhoog staan en aan de basis overgaan in een witte wenkbrauw. De gezichtsschijf is roodbruin tot donkerbruin met een donkere rand. De bovendelen zijn donker chocoladebruin met kleine witte vlekken op de vleugel; de onderdelen zijn lichter bruin tot okergeel met fijne donkere dwarsstreepjes. Naast een donkere vorm bestaat een lichtere, meer roodbruine vorm. In Midden-Amerika zijn de ogen geel. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De briluil Pulsatrix perspicillata leeft in hetzelfde bos, maar is groter en heeft geen oorpluimen; hij heeft een witte bril rond de ogen, een donkere borstband en een effen okergele buik. De grote ransuil Asio stygius heeft dicht bij elkaar staande, donkere oorpluimen en een zwaar gestreepte onderzijde en leeft vooral in pijnbos in de hooglanden. De zwart-witte bosuil Strix nigrolineata en de bonte bosuil Strix virgata hebben geen oorpluimen.

Leefgebied

Vochtig laaglandregenwoud, overstromingsbos en galerijbos, vooral oud bos met ondergroei en dode bomen in de buurt van water; ook in heuvelbos tot ongeveer 1000 m en plaatselijk in ouder secundair bos. Broedt in grote boomholten. Jaagt ’s nachts vooral op grote insecten, zoals kevers en sprinkhanen, en daarnaast op kleine zoogdieren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Standvogel in het zuiden van Mexico, in het zuiden van Veracruz, Tabasco, Oaxaca en Chiapas, en verder in Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua, Costa Rica en Panama, vooral aan de Caribische kant, maar in Costa Rica en Panama ook aan de Pacifische kant. In El Salvador zeldzaam. In het oosten van Panama leeft een tweede ondersoort (wedeli). Buiten het gidsgebied in het noorden en midden van Zuid-Amerika, tot in Bolivia en het Amazonegebied van Brazilië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Dagrustplaatsen zijn vaak bij plaatselijke gidsen bekend, onder meer in laaglandbos in Costa Rica, zoals in La Selva en Carara. ’s Nachts verraadt het lage, grommende geluid zijn aanwezigheid langs beken in ongestoord bos.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd, maar afhankelijk van groot, ongestoord laaglandbos; door ontbossing in grote delen van Midden-Amerika nemen de aantallen vermoedelijk af.

Wetenschappelijke naam

Lophostrix cristata | (Daudin, 1800)

Daudin beschreef de soort in 1800 als Strix cristata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Lophostrix werd in 1836 ingevoerd door Lesson. Lophostrix is Grieks, van lophos 'kuif' en strix 'uil', naar de lange witte oorpluimen. cristata is Latijn voor 'gekuifd', naar de lange witte oorpluimen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Guyana's (niet nader bepaald).