Alle soorten › Uilen › Echte uilen › Briluil

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves

Briluil | Pulsatrix perspicillata

Spectacled Owl | Búho de anteojos

De briluil is een grote, krachtige bosuil zonder oorpluimen, genoemd naar de witte ‘bril’ rond de gele ogen. Hij komt voor van het zuiden van Mexico tot in het noorden van Argentinië en is in het gidsgebied de grootste uil van het tropische laaglandbos. Hij is ’s nachts actief en leeft in hoog bos, maar jaagt ook langs bosranden en in halfopen land.

Briluil (Pulsatrix perspicillata)
Foto: Hans Hillewaert — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks lage, kloppende tonen die versnellen en wegsterven, poep-poep-poe-po-po-po, als het schudden van een golfplaat. Het vrouwtje roept met een havikachtige schreeuw, ker-wiieeer; jongen bedelen met een schor, hoog kieuw. Het meest te horen in windstille nachten.

Luister: ZangXC1166858

Opname: JAYRSON ARAUJO DE OLIVEIRA — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

41–52 cm, groot en zwaar, met een ronde kop zonder oorpluimen. Kop, bovendelen en een brede borstband zijn donker chocoladebruin. Witte wenkbrauwen en witte strepen langs de snavel vormen samen een bril rond de gele ogen; de keel is wit. De buik is effen witachtig tot okergeel. Vrouwtjes zijn groter dan mannetjes. Jonge vogels zijn bijna geheel wit of roomkleurig met een donker chocoladebruin gezichtsmasker en houden dit kleed lang.

Verwarrings­soorten

De kuifuil Lophostrix cristata is kleiner en heeft lange witte oorpluimen en een fijn gestreepte onderzijde zonder donkere borstband. De bonte bosuil Strix virgata is veel kleiner, heeft donkere ogen en een gestreepte buik. De zwart-witte bosuil Strix nigrolineata heeft een zwart gezicht en een fijn zwart-wit gebandeerde onderzijde. Een wit jong kan doen denken aan een Amerikaanse kerkuil Tyto furcata, maar het donkere gezicht met gele ogen is kenmerkend.

Leefgebied

Hoog regenwoud en vochtig bos van het laagland en het heuvelland, ook droog loofbos met hoge bomen, galerijbos, ouder secundair bos, bosranden en plantages met schaduwbomen; van zeeniveau tot ongeveer 1500 m. Jaagt vanaf een zitpost op nachtactieve zoogdieren zoals knaagdieren, buidelratten en vleermuizen, verder op vogels, kikkers, krabben en grote insecten. Broedt in grote boomholten en legt één of twee eieren; de jongen blijven lang van de ouders afhankelijk.

Verspreiding en trek

Standvogel van het zuiden van Mexico, in het zuiden van Veracruz, Oaxaca, Chiapas en Tabasco, door Belize, Guatemala, El Salvador, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama, aan de Caribische en de Pacifische kant. In Costa Rica komt hij ook in het droge bos van Guanacaste voor. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië en op Trinidad.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Costa Rica en Panama zijn dagrustplaatsen in laaglandbos vaak bij plaatselijke gidsen bekend. ’s Nachts verraadt de kloppende zang hem in ongestoord bos; een wit jong valt in het bladerdak beter op dan de volwassen vogels.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In grote delen van Midden-Amerika afhankelijk van grotere bosgebieden en daardoor gevoelig voor ontbossing, maar hij verdraagt ook enige verstoring en komt plaatselijk in secundair bos en bosranden voor.

Wetenschappelijke naam

Pulsatrix perspicillata | (Latham, 1790)

Latham beschreef de soort in 1790 als Strix perspicillata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Pulsatrix werd in 1848 ingevoerd door Kaup. Pulsatrix is nieuw-Latijn voor 'aanvalster' (van pulsator 'aanvaller, slager'), overgenomen van de soortnaam Strix pulsatrix. perspicillata is nieuw-Latijn voor 'gebrild' (van perspicillum 'bril'), naar de witte brilachtige tekening rond de ogen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.