Alle soorten › Stormvogelachtigen › Albatrossen › Laysanalbatros
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Laysanalbatros | Phoebastria immutabilis
Laysan Albatross | Albatros de Laysan
De laysanalbatros is een middelgrote albatros met een witte kop en onderzijde en een donkere bovenvleugel, die zich bijna zijn hele leven op de open noordelijke Stille Oceaan ophoudt. De meeste vogels broeden op de noordwestelijke Hawaïaanse eilanden, maar sinds de jaren tachtig heeft de soort zich ook op Mexicaanse eilanden gevestigd. In het gidsgebied broedt zij op Isla Guadalupe voor Baja California en op de Revillagigedo-eilanden.
Geluid
Op zee stil. In de kolonie een uitgebreide baltsdans met kreunende, fluitende en miauwende roepen, snavelgeklepper en een luid, ezelachtig balken.
Opname: Percy Ulsamer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
79–81 cm. Een grote zeevogel met lange, smalle, rechte vleugels en een zware, haakvormige snavel. Kop, hals, stuit en onderzijde zijn wit, met een donkere vlek rond het oog. Mantel, bovenvleugel en staart zijn donker zwartbruin. De ondervleugel is wit met een brede, onregelmatig donkere rand en wisselende donkere vlekken op de binnenvleugel. De snavel is roze tot grijsroze met een donkere punt; de poten zijn vleeskleurig en steken in de vlucht iets voorbij de staart uit. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk, en jonge vogels lijken op volwassen vogels. Zweeft met stijve vleugels in lage bogen boven de golven en slaat zelden met de vleugels.
Verwarringssoorten
De zwartvoetalbatros Phoebastria nigripes is geheel donker grijsbruin, met een witte snavelbasis en een witte vlek onder het oog. De kortstaartalbatros Phoebastria albatrus, een zeer zeldzame gast, is groter, met een grote roze snavel en bij volwassen vogels een witte rug en een geelachtige kop. Kruisingen tussen laysan- en zwartvoetalbatros komen voor en tonen tussenliggende kenmerken. Grote meeuwen, zoals de westelijke meeuw Larus occidentalis, hebben kortere, bredere vleugels en een kortere snavel en vliegen met veel meer vleugelslagen.
Leefgebied
Open zee, vooral boven diep water ver uit de kust; volgt soms schepen. Eet vooral inktvis, viseieren en vis, die 's nachts aan het wateroppervlak worden gepakt. Broedt op afgelegen oceanische eilanden, op open terrein met lage begroeiing of op kale grond, in losse kolonies. Het enkele ei wordt ongeveer twee maanden bebroed, en het jong verlaat het nest na vijf tot zes maanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedvogel op Isla Guadalupe voor de Pacifische kust van Baja California, waar de kolonie sinds de jaren tachtig is gegroeid, en op de Revillagigedo-eilanden (Clarión en San Benedicto). Buiten de broedtijd en bij niet-broedende vogels schaars op open zee voor de Pacifische kust van Baja California en Baja California Sur; elders in het gidsgebied zeldzaam. Buiten het gidsgebied broedt de soort vooral op de noordwestelijke Hawaïaanse eilanden, met de grootste kolonie op Midway, en verder op enkele eilanden bij Japan, en zwerft zij over de noordelijke Stille Oceaan tot de Beringzee.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De broedkolonies zijn alleen met een vergunning of tijdens pelagische tochten vanaf zee te zien. Pelagische tochten voor Baja California in de winter en het voorjaar bieden de meeste kans op vogels op zee. De witte kop en onderzijde met de donkere bovenvleugel onderscheiden de soort van de zwartvoetalbatros.
Staat van instandhouding
Gevoelig. De wereldpopulatie is groot, maar wordt bedreigd door bijvangst in de langelijnvisserij, het inslikken van plastic dat met voedsel aan de jongen wordt gegeven, en door de stijgende zeespiegel en stormvloeden op de lage Hawaïaanse broedeilanden. Op Isla Guadalupe zijn verwilderde geiten verwijderd en worden katten bestreden, wat de kolonie ten goede komt.
Wetenschappelijke naam
Phoebastria immutabilis | (Rothschild, 1893)
Rothschild beschreef de soort in 1893 als Diomedea immutabilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Phoebastria werd in 1853 ingevoerd door Reichenbach. Phoebastria is Grieks, van phoibastria 'profetes, zieneres'. immutabilis is Latijn voor 'onveranderlijk', omdat onvolwassen vogels al bijna hetzelfde verenkleed hebben als volwassen vogels. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Laysan, Noordwestelijke Hawaï-eilanden.

