Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Lilians weidespreeuw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Lilians weidespreeuw | Sturnella lilianae

Chihuahuan Meadowlark | Pradero chihuahuense

Lilians weidespreeuw is een weidespreeuw van de halfwoestijngraslanden in het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noordwesten en westen van Mexico. Hij werd lang als ondersoort van de witkaakweidespreeuw beschouwd, maar verschilt in verenkleed en erfelijk materiaal en wordt nu als aparte soort erkend.

Lilians weidespreeuw (Sturnella lilianae)
Foto: Bettina Arrigoni — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang bestaat uit enkele heldere, gerekte fluittonen en lijkt sterk op die van de witkaakweidespreeuw. De roep is een zoemend dzzrt, daarnaast een droge ratel.

Luister: OpnameiNaturalist

Opname: Oohlookitsarabbit — CC BY-NC 4.0 · omgezet naar mono · iNaturalist

Herkenning

20–24 cm. Bouw als de andere weidespreeuwen: gedrongen, met een lange, spitse snavel, een platte kop en een korte staart. Bovendelen bleek grijsbruin met zwarte streping, kruin met zwart-witte strepen, gezicht vrij wit met een smalle donkere oogstreep. Keel en borst geel met een zwarte V; de baardstreek onder de wang is wit. Flanken bleek met fijne donkere streepjes. De staart heeft veel wit: de buitenste drie pennen zijn vrijwel geheel wit en ook de vierde is grotendeels wit. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De witkaakweidespreeuw Sturnella magna is van boven donkerder en heeft minder wit in de staart; beide soorten zingen vergelijkbaar. De geelkaakweidespreeuw Sturnella neglecta, die in de winter in hetzelfde gebied voorkomt, heeft geel in de baardstreek, minder wit in de staart, een borrelende zang en een lage tsjuk-roep. Bij vogels in de winter is de combinatie van gezicht, staartpatroon en roep nodig voor een zekere determinatie.

Leefgebied

Halfwoestijngrasland met verspreide struiken en yucca's, open graslanden in het hoogland en begraasd grasland. Vermijdt dicht struweel. Foerageert lopend op de grond op insecten en zaden.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Komt voor in het zuidoosten van Arizona, New Mexico en het westen van Texas en in Mexico in Sonora, Chihuahua, Durango en het noorden van Coahuila. Een donkerdere ondersoort leeft in de graslanden van het westen en midden van Mexico, van Sinaloa en Durango tot in Jalisco, Michoacán en Guanajuato. De grenzen met de witkaakweidespreeuw in het noordoosten en midden van Mexico zijn nog niet nauwkeurig bekend.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In open halfwoestijngrasland het best te vinden aan de zang vanaf een paal of yucca. Bij een vogel in vlucht zijn de grote witte staartzijden goed te zien.

Staat van instandhouding

Gevoelig (NT). De soort is wereldwijd nog niet afzonderlijk beoordeeld; de beoordeling van de witkaakweidespreeuw in brede zin, waar zij voorheen toe gerekend werd, is hier overgenomen. Overbegrazing, verstruiking en de omzetting van grasland in akkers zijn de belangrijkste knelpunten.

Wetenschappelijke naam

Sturnella lilianae | Oberholser, 1930

Oberholser beschreef de soort in 1930 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sturnella werd in 1816 ingevoerd door Vieillot. Sturnella is een Latijns verkleinwoord van sturnus 'spreeuw': 'spreeuwtje'. lilianae eert Lilian Hanna Baldwin, echtgenote van de Amerikaanse ornitholoog Samuel Prentiss Baldwin, die de vogelcollectie met het type aan het Cleveland Museum of Natural History schonk. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Huachuca Mountains, Arizona (VS).