Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Loodkleurige vireo

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Loodkleurige vireo | Vireo plumbeus

Plumbeous Vireo | Vireo plomizo

De loodkleurige vireo is een grijs-witte vireo met een opvallende witte bril en witte vleugelstrepen. Noordelijke vogels zijn trekvogels, maar in de hooglanden van Mexico en het noorden van Midden-Amerika leven ook standvogels.

Loodkleurige vireo (Vireo plumbeus)
Foto: VJAnderson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks korte, hese frasen met pauzes ertussen, die op die van de cassins vireo lijkt. Roept met een schor gekwetter.

Luister: ZangXC1083483

Opname: Sue Riffe — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–15 cm. Bovendelen grijs, soms met een zwakke olijfkleurige zweem op de stuit. Onderdelen wit, flanken grijsachtig. Witte teugel en oogring vormen een duidelijke witte bril. Twee witte vleugelstrepen. Vrijwel geen geel of groen in het verenkleed.

Verwarrings­soorten

De cassins vireo Vireo cassinii heeft een olijfgroene rug en geelachtige flanken. De grijze vireo Vireo vicinior heeft alleen een smalle oogring, één zwakke vleugelstreep en een langere, beweeglijke staart. De brilvireo Vireo solitarius heeft een groene rug en gele flanken.

Leefgebied

Open pijnbos, pijn-eikenbos en eikenbos in de bergen; in Belize ook in pijnsavanne. In de winter ook in droogbos en oeverbos op lagere hoogte. Zoekt rustig tussen het blad naar insecten, vaak in gemengde groepen.

Verspreiding en trek

Broedt in het binnenland van het westen van de Verenigde Staten en in het noorden van Mexico; deze vogels overwinteren vooral in het westen en zuiden van Mexico. Standvogels leven in de hooglanden van Mexico en zuidelijker in Belize, Guatemala, El Salvador en Honduras.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de hooglanden van Mexico en Guatemala het best te vinden in gemengde groepen in pijn-eikenbos. In Belize te zoeken in het pijnbos van de Mountain Pine Ridge.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in open pijn-eikenbos.

Wetenschappelijke naam

Vireo plumbeus | Coues, 1866

Coues beschreef de soort in 1866 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. plumbeus is Latijn voor 'loodkleurig', naar het grijze verenkleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Fort Whipple, Arizona (VS).