Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Maskerparulazanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Maskerparulazanger | Setophaga pitiayumi

Tropical Parula | Parula tropical

De maskerparulazanger is een kleine, compacte zanger met een blauwgrijze bovenzijde, een olijfgroene rugvlek en gele onderdelen. Hij zoekt zijn voedsel tussen bladeren en epifyten in de boomkronen en sluit zich vaak aan bij gemengde groepen. In het gidsgebied is hij een standvogel van Mexico tot Panama.

Maskerparulazanger (Setophaga pitiayumi)
Foto: Cephas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een snelle, zoemende reeks die omhoog loopt en eindigt in een korte triller, vaak met wisselende opbouw. De roep is een scherp, kort tsip.

Luister: ZangXC1184753

Opname: Étienne Leroy — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Bovenzijde blauwgrijs met een olijfgroene vlek midden op de rug; twee witte vleugelstrepen, die op sommige eilanden smal zijn of ontbreken. Teugel en gebied rond het oog donker, zodat de kop een klein masker lijkt te hebben; geen witte oogring. Keel en borst geel, bij het mannetje met een oranjegele tot okerkleurige waas over de borst; buik en onderstaartdekveren wit. Het vrouwtje is doffer, met een minder donker masker en weinig of geen oranje op de borst. Snavel kort en spits, ondersnavel geelachtig.

Verwarrings­soorten

De brilparulazanger Setophaga americana, een wintergast uit Noord-Amerika vooral in het oosten van Mexico, heeft witte boogjes boven en onder het oog, bredere witte vleugelstrepen en bij het mannetje een donkere en roodbruine band over de borst. De sikkelborstzanger Oreothlypis superciliosa van bergbos heeft een witte wenkbrauwstreep, een effen grijze rug zonder vleugelstrepen en een roodbruine sikkel op de borst.

Leefgebied

Vochtig en halfvochtig bos, vooral in voetheuvels en lagere bergen, ook nevelwoud, galerijbos, bosranden, oud secundair bos en schaduwkoffie; meestal van ongeveer 500 tot 2000 m, in Mexico en op eilanden ook lager. Leeft hoog in de bomen, vaak tussen mossen, epifyten en baardmos (Tillandsia), waarin ook het nest wordt gebouwd. Eet kleine insecten en spinnen.

Verspreiding en trek

In Mexico langs de Pacifische kant vanaf het zuiden van Sonora en Sinaloa en langs de Atlantische kant vanaf Nuevo León en Tamaulipas zuidwaarts, daarnaast op de Islas Marías en het eiland Socorro; verder door heel Midden-Amerika tot Panama. Buiten het gidsgebied in het uiterste zuiden van Texas en in Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden in gemengde groepen zangers en tangaren in de kronen van voetheuvel- en nevelwoud; de zoemende, oplopende zang verraadt de vogel vaak eerder dan hij te zien is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen in geschikt bos; plaatselijk afgenomen waar bos met epifyten verdwijnt. De vormen op Socorro en de Islas Marías hebben een kleine verspreiding.

Wetenschappelijke naam

Setophaga pitiayumi | (Vieillot, 1817)

Vieillot beschreef de soort in 1817 als Sylvia pitiayumi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. pitiayumi gaat terug op 'Pitiayumí', de Guaraní-naam die Félix de Azara in Paraguay voor deze vogel optekende. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Paraguay.