Alle soorten › Zangvogels › Mierlijsters › Mexicaanse mierlijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Mexicaanse mierlijster | Formicarius moniliger

Mayan Antthrush | Hormiguero cholino maya

De Mexicaanse mierlijster is een bruine grondvogel van het bos van het zuidoosten van Mexico en het noorden van Midden-Amerika, die met opgewipte staart als een kleine ral over de bosbodem loopt. Hij wordt veel vaker gehoord dan gezien. Lange tijd gold hij als ondersoort van de zwartkeelmierlijster, maar op grond van verschillen in zang wordt hij nu als aparte soort behandeld.

Mexicaanse mierlijster (Formicarius moniliger)
Foto: Thibaud Aronson — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een heldere, lange fluittoon gevolgd door een reeks kortere, iets dalende fluittonen. Bij onrust een scherp, droog tsjoek.

Luister: ZangXC972387

Opname: Whitney Neufeld-Kaiser — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

17–18 cm, met een gedrongen, ronde bouw, vrij lange poten en een korte staart die vaak omhoog wordt gehouden. Bovendelen warm bruin, kop iets donkerder bruin; zijkant van de hals roodbruin. Teugel, wang en keel zwart; een opvallende kale, blauwwitte ring rond het oog. Onderdelen grijsachtig tot beigegrijs, flanken bruiner, onderstaartdekveren roestbruin. Snavel zwart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De zwartkeelmierlijster Formicarius analis, die verder naar het zuiden voorkomt, lijkt er sterk op en is vooral aan de zang te onderscheiden; waar beide soorten precies op elkaar aansluiten is nog niet goed bekend. Lijsters en kwartelduiven die over de bosbodem lopen missen de zwarte keel en de lichte oogring en houden de staart niet rechtop.

Leefgebied

Bodem en ondergroei van vochtig altijdgroen bos en halfaltijdgroen bos in het laagland en de voetheuvels, ook in oud secundair bos; op het schiereiland Yucatán ook in droger seizoensbos. Loopt rustig over de strooisellaag en pikt insecten, spinnen en andere ongewervelde dieren op, soms bij zwermen trekmieren. Nestelt in een holte in een boomstam of stronk.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Zuidoosten van Mexico (vanaf het zuiden van Veracruz en het noorden van Oaxaca, door Tabasco, Chiapas en het schiereiland Yucatán) door Belize en Guatemala tot in Honduras. Komt alleen in het gidsgebied voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het eenvoudigst te vinden door op de zang te letten in bosreservaten als Tikal in Guatemala en Calakmul in Mexico; daarna geduldig de bosbodem afspeuren waar het geluid vandaan komt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Plaatselijk vrij algemeen in groter bos, maar gevoelig voor ontbossing en versnippering.

Wetenschappelijke naam

Formicarius moniliger | Sclater, 1857

Sclater beschreef de soort in 1857 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Formicarius werd in 1783 ingevoerd door Boddaert. Formicarius is Latijn, van formica 'mier' met het achtervoegsel -arius: 'mierenvogel'. moniliger is Latijn, van monile 'halsketting' en -ger 'dragend', naar de donkere band onder de keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Córdoba, Veracruz, Mexico.