Alle soorten › Zangvogels › Mierlijsters › Zwartkeelmierlijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartkeelmierlijster | Formicarius analis

Black-faced Antthrush | Hormiguero cholino cara negra

De zwartkeelmierlijster is een bruine grondvogel van vochtig laaglandbos die met opgewipte staart als een kleine ral over de bosbodem loopt. Zijn heldere, fluitende zang is een van de vertrouwde geluiden van het regenwoud van zuidelijk Midden-Amerika. In het gidsgebied leeft hij van Honduras tot Panama.

Zwartkeelmierlijster (Formicarius analis)
Foto: Hector Bottai — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een heldere, langgerekte fluittoon gevolgd door enkele kortere, dalende fluittonen, als tjuuu, tu-tu-tu. Reageert vaak op een nagefloten zang. Bij onrust een scherp tsjoek.

Luister: ZangXC1176257

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

17–19 cm, met een gedrongen, ronde bouw, vrij lange poten en een korte staart die vaak omhoog wordt gehouden. Bovendelen bruin, zijkant van de hals en nek roodbruin. Teugel, wang en keel zwart; een opvallende kale, blauwwitte ring rond het oog. Borst en buik grijs, flanken bruiner, onderstaartdekveren roestbruin. Snavel zwart. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De Mexicaanse mierlijster Formicarius moniliger (zuidoosten van Mexico tot Honduras) lijkt er sterk op en is vooral aan de zang te onderscheiden. De zwartkopmierlijster Formicarius nigricapillus heeft een geheel zwarte kop en borst en leeft vooral hoger, in de voetheuvels. De roodborstmierlijster Formicarius rufipectus heeft een roodbruine borst en leeft in bergbos.

Leefgebied

Bodem en ondergroei van vochtig laaglandbos en voetheuvelbos, ook oud secundair bos; meestal beneden ongeveer 1000 m. Loopt rustig over de strooisellaag en pikt insecten, spinnen en andere ongewervelde dieren op, soms bij zwermen trekmieren. Nestelt in een holte in een boomstam of stronk.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Van Honduras door Nicaragua en Costa Rica tot Panama, vooral aan de Caribische kant en in Panama aan beide kanten. Buiten het gidsgebied in een groot deel van het noorden van Zuid-Amerika, tot in Amazonia. Waar deze soort precies aansluit op de Mexicaanse mierlijster is nog niet goed bekend.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vaak te horen bij La Selva in Costa Rica en langs de Camino del Oleoducto (Pipeline Road) in Panama. Wie stil blijft staan bij de zingende vogel, ziet hem soms rustig over het bospad lopen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Vrij algemeen in vochtig laaglandbos; gaat achteruit waar het bos verdwijnt of sterk versnipperd raakt.

Wetenschappelijke naam

Formicarius analis | (d'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye, 1837)

D'Orbigny, ACVMD & de Lafresnaye beschreef de soort in 1837 als Myothera analis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Formicarius werd in 1783 ingevoerd door Boddaert. Formicarius is Latijn, van formica 'mier' met het achtervoegsel -arius: 'mierenvogel'. analis is Latijn voor 'van de anus', naar de roodbruine onderstaartdekveren. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Yuracarés en Chiquitos, Bolivia.