Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Moerasgors
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Moerasgors | Melospiza georgiana
Swamp Sparrow | Gorrión pantanero
De moerasgors is een donkere, gedrongen gors van riet- en zeggemoerassen. Hij broedt in het oosten en noorden van Noord-Amerika en overwintert tot in het midden van Mexico. In de winter houdt hij zich laag en verborgen in natte vegetatie op.
Geluid
De roep is een scherp, metalig tsjink, dat in de winter het meest te horen is. De zang is een langzame, gelijkmatige triller van heldere tonen, die in het gidsgebied zelden te horen is.
Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
13–15 cm. In de winter een bruine kruin met fijne strepen en een vage grijze middenstreep; in het voorjaar wordt de kruin roestrood. Gezicht grijs met een bruine oogstreep en een smalle donkere baardstreep; keel wit. Vleugels opvallend warm roestbruin. Borst grijs, met hooguit vage, wazige streepjes; flanken warm okerbruin, buik wit. Rug bruin met zwarte strepen. Eerstejaars vogels zijn vager getekend, met meer okerkleur en fijne streepjes op de borst. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De Lincolns gors Melospiza lincolnii heeft een okerkleurige borstband met scherpe zwarte streepjes en minder roestbruine vleugels. De zanggors Melospiza melodia is groter, met een grof gestreepte borst en een brede donkere baardstreep. De musgors Spizella passerina heeft in winterkleed een donkere oogstreep door de teugel, een ongestreepte grijze borst zonder warme flanken en leeft in droger, open terrein.
Leefgebied
In de winter riet, lisdodde, zegge en dichte natte ruigte aan de randen van zoetwatermoerassen, meren en kanalen, ook in brakke kustmoerassen. Zoekt vaak op modder en tussen de stengels vlak boven het water naar insecten en zaden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in Canada en het noordoosten en midden-noorden van de Verenigde Staten. Overwintert in het oosten en zuiden van de Verenigde Staten en in Mexico. In het gidsgebied vooral in het noordoosten (Tamaulipas, Nuevo León, Coahuila) en op de centrale hoogvlakte tot Jalisco, Guanajuato en het Dal van Mexico; schaars in Chihuahua en Sonora en in het noorden van Veracruz.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het best te vinden door langs een rietrand te wachten en te letten op het metalige tsjink; door zacht te sissen komt de vogel soms even in het zicht.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en talrijk in Noord-Amerika. Het verdwijnen van moerassen door ontwatering is het belangrijkste knelpunt, zowel op de broedgronden als in de overwinteringsgebieden.
Wetenschappelijke naam
Melospiza georgiana | (Latham, 1790)
Latham beschreef de soort in 1790 als Fringilla georgiana; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Melospiza werd in 1858 ingevoerd door Baird. Melospiza is Grieks, van melos 'zang' en spiza 'vink'. georgiana verwijst naar Georgia (VS), de typelocatie. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Georgia (VS).


