Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Moeraswinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Moeraswinterkoning | Cistothorus palustris

Marsh Wren | Chivirín pantanero

De moeraswinterkoning is een kleine, levendige winterkoning van riet- en lisdoddemoerassen. In het gidsgebied is hij vooral een wintergast uit Noord-Amerika in het noorden en midden van Mexico; daarnaast leven er plaatselijk standvogels, onder meer in de moerassen van het centrale hoogland.

Moeraswinterkoning (Cistothorus palustris)
Foto: Cephas — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle, borrelende en ratelende zang die begint met een paar tikken en eindigt in een droge triller; zingt ook 's nachts. Roept een droog tsjek of tuk.

Luister: ZangXC1139414

Opname: Andrew McCafferty — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

10–14 cm. Kruin donkerbruin tot zwartachtig, ongestreept, met een duidelijke witte wenkbrauwstreep. Bovenrug met een zwart veld met witte strepen; rest van de bovendelen warm bruin, stuit roodbruin. Keel en borst wit tot vaalwit, flanken beige tot okerbruin. Vleugels en staart bruin met donkere bandjes. De staart wordt vaak schuin opgestoken. Er is veel variatie tussen populaties: westelijke vogels zijn vaak valer. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De graswinterkoning Cistothorus platensis heeft een gestreepte kruin, een vage wenkbrauwstreep en leeft in grasland en zeggevelden in plaats van in riet. De bewicks winterkoning Thryomanes bewickii heeft een lange staart met witte hoeken en een ongestreepte rug. De noordelijke huiswinterkoning Troglodytes aedon mist de witte wenkbrauwstreep en de gestreepte rug.

Leefgebied

Riet- en lisdoddemoerassen, biezenvelden, oevers van meren en lagunes en kwelders en zoutmoerassen langs de kust. Zoekt insecten en spinnen laag tussen de stengels. Bouwt een bolvormig nest dat tussen rietstengels is vastgevlochten; mannetjes bouwen meerdere nesten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Wintergast in Baja California en een groot deel van het noorden en midden van Mexico, zuidelijk tot in het midden van het land. Standvogels leven plaatselijk, onder meer in de moerassen van het centrale hoogland rond de bovenloop van de Lerma. Broedt verder in een groot deel van Noord-Amerika.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter vaak gemakkelijker te horen dan te zien; bij geduldig wachten aan de rand van een rietveld komt hij soms even naar boven. De moerassen van de Lerma bij Toluca herbergen standvogels.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en talrijk in Noord-Amerika. De standvogels van het centrale hoogland van Mexico leven in kleine, versnipperde moerassen die door drooglegging en vervuiling onder druk staan.

Wetenschappelijke naam

Cistothorus palustris | (Wilson, 1810)

Wilson beschreef de soort in 1810 als Certhia palustris; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Cistothorus werd in 1851 ingevoerd door Cabanis. Cistothorus is Grieks, van kistos 'struik, zonneroosje' en thoos 'vlug, snel': 'vlugge struikvogel'. palustris is Latijn voor 'van het moeras' (van palus 'moeras'), naar het leefgebied in rietmoerassen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Philadelphia, Pennsylvania (Verenigde Staten).