Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Montezuma-oropendola
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Montezuma-oropendola | Psarocolius montezuma
Montezuma Oropendola | Oropéndola de Moctezuma
De montezuma-oropendola is de grootste oropendola van het gidsgebied en een algemene vogel van het vochtige laagland aan de Caribische kant van Midden-Amerika. Hij broedt in kolonies van tientallen lange, hangende nesten in losstaande hoge bomen. De mannetjes zijn veel groter dan de vrouwtjes.
Geluid
Het mannetje buigt diep voorover, met geheven vleugels en staart, terwijl het een reeks vloeiende, borrelende tonen laat horen die eindigt in een luid, gorgelend tlok-gloeoe. Dit geluid is bij de kolonie de hele dag te horen. Daarnaast harde kak-roepen en krakende tonen.
Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
38–50 cm. Lichaam kastanjebruin, kop en hals zwart. Kale blauwe huid op de wang en een roze, vlezig lelletje aan de snavelbasis. Snavel lang en zwart met een oranje punt. Staart geel met donkere middelste pennen. Oog donker. Vrouwtje gelijk gekleurd, veel kleiner en met een kleiner lelletje. Jonge vogels doffer, met minder kleur in het gezicht.
Verwarringssoorten
De waglers oropendola Psarocolius wagleri is veel kleiner en heeft een kastanjebruine kop, een zwart lichaam, een bleke snavel en een lichtblauw oog. De zwarte oropendola Psarocolius guatimozinus, alleen in het oosten van Panama, heeft hetzelfde gezicht maar een grotendeels zwart lichaam. De kuiforopendola Psarocolius decumanus is zwart met een bleke snavel en een lichtblauw oog. De grote koevogel Molothrus oryzivorus, die zijn eieren in oropendolanesten legt, is kleiner, geheel glanzend zwart en heeft een kleine kop en een korte, donkere snavel.
Leefgebied
Vochtig laaglandbos en heuvelbos, bosranden, open plekken, rivieroevers, weiden met hoge bomen en plantages van cacao, koffie en bananen; plaatselijk ook in het seizoensbos van Yucatán. Vooral onder 1.000 m, plaatselijk hoger. Eet vruchten, nectar, insecten en kleine gewervelde dieren. Kolonies in hoge, losstaande bomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Van het midden van Veracruz en het schiereiland Yucatán door Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot in het midden van Panama. Vooral op de Caribische helling; in Nicaragua en het noordwesten van Costa Rica ook op de Pacifische helling. Komt buiten het gidsgebied niet voor. Standvogel.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Een kolonie is van ver te herkennen aan de tientallen hangende nesten in één boom. Daar zijn de buigende mannetjes en de af- en aanvliegende vrouwtjes van dichtbij te volgen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid. Komt veel voor in half-open landschap met hoge bomen; het kappen van de losstaande bomen waarin de kolonies hangen is plaatselijk een knelpunt.
Wetenschappelijke naam
Psarocolius montezuma | (Lesson, 1830)
Lesson beschreef de soort in 1830 als Cacicus Montezuma; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Psarocolius werd in 1827 ingevoerd door Wagler. Psarocolius is Grieks, van psar 'spreeuw' en koloios 'kauw', voor deze grote, spreeuwachtige vogels. montezuma verwijst naar Moctezuma II (ca. 1466–1520), de Azteekse heerser ten tijde van de Spaanse verovering. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (niet nader bepaald).





