Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Nevadagors
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Nevadagors | Artemisiospiza nevadensis
Sagebrush Sparrow | Zacatonero de Nevada
De nevadagors is een bleke, grijsbruine gors van droog struikland, met een donkere borstvlek en een staart die vaak op en neer wipt. Hij broedt in de alsemsteppen van het Grote Bekken in het westen van de Verenigde Staten en overwintert in de woestijnen van het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico. Tot 2013 gold hij samen met Bells gors als één soort.
Geluid
De zang is een korte, ritmische reeks van hoge, tjilpende en zoemende noten; in het gidsgebied weinig te horen. De roep is een fijn, hoog tsiet of een zacht tikkend geluid, vaak in groepjes.
Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
13–16 cm. Middelgroot en slank, met een vrij lange, donkere staart en een kleine, spitse snavel. Kop grijs met een witte vlek voor het oog, een smalle witte oogring, een witte baardstreep en een dunne donkere keelstreep. Rug lichtgrijsbruin met duidelijke fijne donkere strepen. Onderdelen wit, met een kleine donkere vlek midden op de borst en fijne strepen op de flanken. Staart zwartachtig met smalle witte randen. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn gestreept op borst en kop.
Verwarringssoorten
Bells gors Artemisiospiza belli lijkt sterk op de nevadagors. De vorm die in het noordwesten van Baja California standvogel is, is donkerder, heeft een ongestreepte rug en een zwaardere zwarte keelstreep; de bleke binnenlandse vorm van Bells gors is in het veld nauwelijks van de nevadagors te onderscheiden, maar heeft een bruinere, minder gestreepte rug en een iets kortere staart. De zwartkeelgors Amphispiza bilineata heeft een zwarte keel en een opvallende witte wenkbrauwstreep. Brewers gors Spizella breweri is kleiner, bruiner en fijner gestreept, zonder borstvlek.
Leefgebied
In de winter open woestijnstruweel met verspreide struiken zoals creosootstruik en zoutstruik, hoogvlaktestruweel en droog halfwoestijngrasland. Rent snel over de kale grond tussen de struiken met de staart omhoog en zoekt zaden en kleine insecten. Leeft in de winter in losse groepjes, soms met andere gorzen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het Grote Bekken en aangrenzende gebieden in het westen van de Verenigde Staten. Overwintert in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in het noorden van Mexico. In het gidsgebied in het noordoosten van Baja California, Sonora, Chihuahua en Coahuila, en zuidelijker op de hoogvlakte tot in Durango en Zacatecas, schaars en plaatselijk.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter het best te vinden door in vlak woestijnstruweel te letten op kleine, bleke gorzen die over de grond tussen de struiken rennen en bij het stilstaan met de staart wippen.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Afhankelijk van uitgestrekte alsemsteppen, die in het broedgebied achteruitgaan door branden, invasieve grassen en ontginning; in het gidsgebied een vrij schaarse wintergast.
Wetenschappelijke naam
Artemisiospiza nevadensis | (Ridgway, 1874)
Ridgway beschreef de soort in 1874 als Poospiza belli nevadensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Artemisiospiza werd in 2011 ingevoerd door Klicka & Banks. Artemisiospiza combineert Artemisia, het geslacht van de alsem (sagebrush), met Grieks spiza 'vink', naar de alsemsteppen waarin deze gorzen leven. nevadensis verwijst naar Nevada (VS), waar het type werd verzameld. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit West Humboldt Mountains, Nevada.



