Alle soorten › Zangvogels › Winterkoningen › Noordelijke nachtegaalwinterkoning

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Noordelijke nachtegaalwinterkoning | Microcerculus philomela

Northern Nightingale-Wren | Chivirín ruiseñor

De noordelijke nachtegaalwinterkoning is een kleine, donkerbruine, bijna staartloze winterkoning van de bosbodem van vochtig bos. Hij is moeilijk te zien, maar zijn langzame reeks zuivere fluittonen op wisselende toonhoogte is een kenmerkend geluid van het regenwoud. De soort komt alleen in het gidsgebied voor.

Noordelijke nachtegaalwinterkoning (Microcerculus philomela)
Foto: er-birds — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang begint met een korte reeks snelle tonen en gaat dan over in een lange reeks langzame, zuivere fluittonen, elk op een andere, schijnbaar willekeurige toonhoogte, met lange pauzes ertussen. Kan minutenlang doorgaan. De roep is een scherp tsjik.

Luister: ZangXC1003818

Opname: Alfonso Auerbach — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Gedrongen, met een zeer korte staart, lange poten en een lange, dunne snavel. Bovendelen donker roodbruin. Onderdelen donker bruingrijs met donkere schubtekening, de keel soms iets lichter. Beweegt het achterlijf voortdurend op en neer terwijl hij over de bosbodem loopt.

Verwarrings­soorten

De zuidelijke nachtegaalwinterkoning Microcerculus marginatus heeft een witachtige keel en borst en een dalende zang; in Costa Rica leeft die vooral aan de Pacifische kant. De grijze boswinterkoning Henicorhina leucophrys en de witborstboswinterkoning Henicorhina leucosticta hebben een zwart-wit gestreepte kop en een duidelijke wenkbrauwstreep.

Leefgebied

Bodem en onderbegroeiing van vochtig, altijdgroen laaglandbos en voetheuvelbos, vooral in ongestoord bos met dichte onderbegroeiing; plaatselijk hoger op berghellingen. Zoekt tussen bladafval en dood hout naar insecten.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het zuiden van Mexico (vooral Chiapas) door Guatemala, Belize, Honduras en Nicaragua tot in Costa Rica. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Meestal alleen te horen. Wacht bij een zingende vogel stil op een bospad; met geduld is hij soms te zien terwijl hij met wippend achterlijf over de bosbodem loopt.

Staat van instandhouding

Gevoelig. Afhankelijk van groot, ongestoord bos en daardoor kwetsbaar voor ontbossing en versnippering in het Caribische laagland.

Wetenschappelijke naam

Microcerculus philomela | (Salvin, 1861)

Salvin beschreef de soort in 1861 als Cyphorhinus philomela; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Microcerculus werd in 1862 ingevoerd door Sclater. Microcerculus is Grieks, van mikros 'klein' en kerkos 'staart', met een Latijns verkleinachtervoegsel: 'met een klein staartje', naar de zeer korte staart. philomela is de Griekse dichterlijke naam voor de nachtegaal (naar de mythische Philomela), naar de fraaie, fluitende zang. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Alta Verapaz, Guatemala.