Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Noordse pijlstormvogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Noordse pijlstormvogel | Puffinus puffinus
Manx Shearwater | Pardela pichoneta
De noordse pijlstormvogel broedt vooral op eilanden rond Groot-Brittannië en Ierland en overwintert in de zuidelijke Atlantische Oceaan voor Brazilië en Argentinië. In het gidsgebied is hij een zeldzame gast. De meeste waarnemingen komen van zeetrektellingen aan de Caribische kust van Costa Rica en Panama; voor de Pacifische kust van Mexico verschijnt hij slechts bij uitzondering.
Geluid
Op zee stil. In de kolonie 's nachts luide, krassende en kraaiende roepen, uit de holen en in de lucht.
Opname: Anthony McGeehan — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
30–38 cm. Middelgrote, zwart-witte pijlstormvogel met lange, rechte, smalle vleugels. Bovendelen, kop tot onder het oog en staart zwartachtig; onderdelen en ondervleugel helder wit met een smalle donkere rand. Achter de oorstreek buigt het wit van de halszijde als een halve maan omhoog. De onderstaartdekveren zijn wit. Snavel slank en donker, poten roze met een donkere buitenzijde. Vliegt laag over het water met reeksen snelle, stijve slagen en kantelende glijvluchten, waarbij afwisselend de zwarte bovenzijde en de witte onderzijde te zien zijn. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De sargassopijlstormvogel Puffinus lherminieri, de kleine pijlstormvogel van de Caribische kant, is kleiner, met kortere, bredere vleugels, een relatief langere staart, donkere onderstaartdekveren en een snellere, fladderende vlucht. Aan de Pacifische kant hebben de zwartbuikpijlstormvogel Puffinus opisthomelas, townsends pijlstormvogel Puffinus auricularis en de galápagospijlstormvogel Puffinus subalaris alle drie donkere onderstaartdekveren; de zwartbuikpijlstormvogel is bovendien bruiner, met een vuilere kop.
Leefgebied
Open oceaan en kustwater boven het continentaal plat. Eet kleine scholvis en inktvis, gevangen aan het oppervlak of met korte duiken. Broedt in holen op begroeide eilanden en berghellingen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Zeldzame gast op zee. De meeste waarnemingen komen van de Caribische kust van Costa Rica, rond Limón, en van Panama, rond Colón, deels uit de herfst. Voor de Pacifische kust van Mexico zijn er losse waarnemingen, onder meer voor het noorden van Baja California en voor Oaxaca, en ook voor de Pacifische kust van Costa Rica zijn enkele meldingen bekend. Buiten het gidsgebied broedt de soort vooral op eilanden rond Groot-Brittannië en Ierland en verder op IJsland, de Faeröer, in Bretagne, op de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden, en in kleine aantallen in het noordoosten van Noord-Amerika. Ze overwintert in de zuidelijke Atlantische Oceaan, vooral voor de kust van Brazilië en Argentinië. Omdat er weinig op zee wordt gekeken, is het werkelijke voorkomen in het gidsgebied slecht bekend.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
De beste kans bieden zeetrektellingen vanaf de Caribische kust van Costa Rica en Panama. Tussen sargassopijlstormvogels vallen de witte onderstaart, de langere, smallere vleugels en de rustiger vlucht met langere glijvluchten op; foto's van de onderstaart helpen bij de determinatie.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, al gaat de populatie langzaam achteruit. Het grootste deel van de wereldpopulatie broedt in Europa, deels in enkele grote kolonies waar ingevoerde ratten de grootste bedreiging vormen; op meerdere eilanden heeft het uitroeien van ratten tot herstel geleid. Op zee spelen bijvangst en olievervuiling een rol.
Wetenschappelijke naam
Puffinus puffinus | (Brünnich, 1764)
Brünnich beschreef de soort in 1764 als Procellaria puffinus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. De soortnaam herhaalt de geslachtsnaam. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit de Faeröer en Noorwegen.

