Alle soorten › Stormvogelachtigen › Pijlstormvogels › Galápagospijlstormvogel
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Keerkringvogels en watervogels Phaethoquornithes › Water- en moerasvogels Aequornithes
Galápagospijlstormvogel | Puffinus subalaris
Galapagos Shearwater | Pardela de Galápagos
De galápagospijlstormvogel is een kleine zwart-witte pijlstormvogel die alleen op de Galápagoseilanden broedt. Hij werd lang tot de Audubons pijlstormvogel gerekend, een soortgroep die tegenwoordig in meerdere soorten is gesplitst. Buiten de broedkolonies zwerft hij door het oosten van de tropische Stille Oceaan, en voor de Pacifische kust van Midden-Amerika is hij de gewoonste kleine pijlstormvogel.
Geluid
Op zee stil. In de kolonies 's nachts twitterende en kirrende roepen, vanuit de nestholten en in de lucht.
Opname: Richard Hoyer — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
28–31 cm. Kleine, compacte pijlstormvogel met korte, vrij brede vleugels en een korte staart. Bovendelen, kop tot onder het oog en staart zwartbruin; onderdelen wit. De ondervleugel is wit met brede donkere randen, waardoor het wit vaak als een smalle middenbaan overkomt. De onderstaartdekveren zijn donker. Snavel kort, slank en donker; poten roze met donkere buitenzijde. Vliegt laag over het water met reeksen snelle, fladderende slagen en korte glijvluchten. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Townsends pijlstormvogel Puffinus auricularis is groter en zwarter, met een witte vlek op de flank die tot op de zijkant van de stuit reikt; hij komt vrijwel alleen voor de westkust van Mexico voor. De zwartbuikpijlstormvogel Puffinus opisthomelas is groter en bruiner, met een vuilere kop en halszijde en meer grijs op de ondervleugel. De noordse pijlstormvogel Puffinus puffinus, aan deze kust zeer zeldzaam, is groter, met witte onderstaartdekveren. De lichte vorm van de wigstaartpijlstormvogel Ardenna pacifica is veel groter, met een lange, wigvormige staart en een rustige, zwevende vlucht.
Leefgebied
Warme open zee, zowel ver uit de kust als boven het continentaal plat; soms tot vlak onder de kust en in grote baaien. Foerageert vaak in groepen, samen met genten en sterns boven scholen tonijn of dolfijnen, en pakt kleine vis en inktvis aan het oppervlak of met korte duiken. Broedt in rotsspleten en holen op de Galápagoseilanden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Op zee voor de Pacifische kust van Panama, Costa Rica, Nicaragua, El Salvador en Guatemala, en verder noordwaarts voor het zuiden van Mexico; het talrijkst voor Costa Rica en Panama, onder meer in de Golf van Panama en de Golf van Nicoya. Ten noorden van Oaxaca schaarser, met verspreide waarnemingen tot voor Jalisco en Nayarit. Aan de Caribische kant ontbreekt de soort. Buiten het gidsgebied broedt ze op de Galápagoseilanden en komt ze op zee voor tot voor Colombia, Ecuador en het noorden van Peru.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Zeewaarnemingen vanaf kapen en veerboten en pelagische tochten voor Costa Rica en Panama bieden de meeste kans; groepen foeragerende vogels zijn vaak al van ver te zien aan de genten en sterns die erboven jagen. De kleine maat, de fladderende vlucht en de donkere onderstaart zijn goede kenmerken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. De wereldpopulatie wordt op tienduizenden vogels geschat, maar is slecht bekend. Op de Galápagoseilanden zijn ingevoerde ratten en katten een bedreiging voor de kolonies.
Wetenschappelijke naam
Puffinus subalaris | Ridgway, 1897
Ridgway beschreef de soort in 1897 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Puffinus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Puffinus komt van het Engelse puffin en varianten daarvan, de naam voor het gezouten jong van de pijlstormvogel, vroeger een lekkernij. subalaris is Latijn, van sub 'onder' en alaris 'van de vleugel', naar de vleugelonderzijde, die donkerder is dan bij verwanten. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Dalrymple Rock bij San Cristóbal (Chatham), Galápagos.

