Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Noordse waterlijster

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Noordse waterlijster | Parkesia noveboracensis

Northern Waterthrush | Chipe charquero

De noordse waterlijster is een bruine, op de grond levende zanger die vrijwel voortdurend met het achterlijf wipt. Hij broedt in moerasbos en langs koele, stilstaande wateren in Canada en het noorden van de Verenigde Staten. In het gidsgebied is hij een algemene wintergast in mangrove, moerasbos en langs plassen en sloten, vooral in het laagland.

Noordse waterlijster (Parkesia noveboracensis)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roep een luid, metalig tsjink, vaak het eerste teken van aanwezigheid. De zang is een snelle reeks luide, heldere tonen die naar het einde versnelt en daalt, swiet swiet swiet tsjoe tsjoe tsjoe. In de winter vooral de roep; in het voorjaar ook zang.

Luister: ZangXC1107688

Opname: Cassin Finch — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

13–15 cm. Bovendelen egaal donker olijfbruin. Een lange wenkbrauwstreep, geelachtig tot crèmewit, die naar achteren smaller wordt. Onderdelen lichtgeel tot vuilwit, dicht bezet met donkere lengtestrepen, ook op de keel. Snavel vrij kort; poten roze. Wipt voortdurend en snel met achterlijf en staart. De seksen zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De louisianawaterlijster Parkesia motacilla heeft een zuiver witte wenkbrauwstreep die achter het oog breder wordt, een ongestreepte witte keel, minder dichte strepen en warm okerbruine achterflanken die afsteken tegen de witte buik; de snavel is langer en de poten feller roze. Hij wipt trager en zwaaiender en leeft vooral langs stromende beken. De ovenvogel Seiurus aurocapilla heeft een oranje kruinstreep met zwarte randen, een witte oogring en een olijfkleurige rug, en houdt zich op in droog bos.

Leefgebied

In de winter mangrove, moerasbos en overstromingsbos, oevers van stilstaand en langzaam stromend water, plassen in bos en ook rijstvelden, natte parken en tuinen; vooral in het laagland, op doortrek ook in het hoogland. Zoekt aan de waterrand naar insecten, kleine kreeftachtigen en weekdieren.

Verspreiding en trek

Broedt van Alaska door Canada tot het noordoosten van de Verenigde Staten. Overwintert van het zuiden van Florida en Mexico door Midden-Amerika en het Caribisch gebied tot het noorden van Zuid-Amerika. In het gidsgebied wijdverbreid in het laagland van beide kusten, vanaf Sinaloa en Tamaulipas zuidwaarts tot Panama, en op het schiereiland Yucatán; op doortrek in vrijwel heel Mexico.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In mangrove te vinden langs de rand van open water en modderige geulen; de metalige roep verraadt de vogel meestal voordat hij te zien is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid. De kap van mangrove en moerasbos tast plaatselijk het overwinteringsgebied aan.

Wetenschappelijke naam

Parkesia noveboracensis | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Motacilla noveboracensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Parkesia werd in 2008 ingevoerd door Sangster. Parkesia is genoemd naar de Amerikaanse ornitholoog Kenneth Carroll Parkes (1922–2007), lang conservator vogels van het Carnegie Museum. noveboracensis betekent 'van New York', naar Noveboracum, de Latijnse naam voor New York. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Louisiana en New York.