Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Noordse waterlijster
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Noordse waterlijster | Parkesia noveboracensis
Northern Waterthrush | Chipe charquero
De noordse waterlijster is een bruine, op de grond levende zanger die vrijwel voortdurend met het achterlijf wipt. Hij broedt in moerasbos en langs koele, stilstaande wateren in Canada en het noorden van de Verenigde Staten. In het gidsgebied is hij een algemene wintergast in mangrove, moerasbos en langs plassen en sloten, vooral in het laagland.
Geluid
Roep een luid, metalig tsjink, vaak het eerste teken van aanwezigheid. De zang is een snelle reeks luide, heldere tonen die naar het einde versnelt en daalt, swiet swiet swiet tsjoe tsjoe tsjoe. In de winter vooral de roep; in het voorjaar ook zang.
Opname: Cassin Finch — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–15 cm. Bovendelen egaal donker olijfbruin. Een lange wenkbrauwstreep, geelachtig tot crèmewit, die naar achteren smaller wordt. Onderdelen lichtgeel tot vuilwit, dicht bezet met donkere lengtestrepen, ook op de keel. Snavel vrij kort; poten roze. Wipt voortdurend en snel met achterlijf en staart. De seksen zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De louisianawaterlijster Parkesia motacilla heeft een zuiver witte wenkbrauwstreep die achter het oog breder wordt, een ongestreepte witte keel, minder dichte strepen en warm okerbruine achterflanken die afsteken tegen de witte buik; de snavel is langer en de poten feller roze. Hij wipt trager en zwaaiender en leeft vooral langs stromende beken. De ovenvogel Seiurus aurocapilla heeft een oranje kruinstreep met zwarte randen, een witte oogring en een olijfkleurige rug, en houdt zich op in droog bos.
Leefgebied
In de winter mangrove, moerasbos en overstromingsbos, oevers van stilstaand en langzaam stromend water, plassen in bos en ook rijstvelden, natte parken en tuinen; vooral in het laagland, op doortrek ook in het hoogland. Zoekt aan de waterrand naar insecten, kleine kreeftachtigen en weekdieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt van Alaska door Canada tot het noordoosten van de Verenigde Staten. Overwintert van het zuiden van Florida en Mexico door Midden-Amerika en het Caribisch gebied tot het noorden van Zuid-Amerika. In het gidsgebied wijdverbreid in het laagland van beide kusten, vanaf Sinaloa en Tamaulipas zuidwaarts tot Panama, en op het schiereiland Yucatán; op doortrek in vrijwel heel Mexico.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In mangrove te vinden langs de rand van open water en modderige geulen; de metalige roep verraadt de vogel meestal voordat hij te zien is.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid. De kap van mangrove en moerasbos tast plaatselijk het overwinteringsgebied aan.
Wetenschappelijke naam
Parkesia noveboracensis | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als Motacilla noveboracensis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Parkesia werd in 2008 ingevoerd door Sangster. Parkesia is genoemd naar de Amerikaanse ornitholoog Kenneth Carroll Parkes (1922–2007), lang conservator vogels van het Carnegie Museum. noveboracensis betekent 'van New York', naar Noveboracum, de Latijnse naam voor New York. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Louisiana en New York.





