Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Palmtangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Palmtangare | Thraupis palmarum

Palm Tanager | Tangara palmera

De palmtangare is een slanke, grijsolijf gekleurde tangare die sterk aan palmen gebonden is. Hij leeft in paren of kleine groepen in bosranden, plantages, tuinen en dorpen, en zoekt veel voedsel in palmkruinen. In het gidsgebied komt hij voor van het zuidoosten van Nicaragua tot Panama.

Palmtangare (Thraupis palmarum)
Foto: Hans Hillewaert — CC BY-SA 3.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Roept scherpe, dunne tsie- en tsjip-tonen. De zang is een snelle, piepende reeks tjilpende tonen, sterk lijkend op die van de bisschopstangare.

Luister: ZangXC1179721

Opname: Juan Freile — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

17–19 cm. Slanke tangare met een vrij lange staart en een korte, donkere snavel. Geheel grijsolijf met een zijdeachtige, soms paarsachtige glans; voorhoofd en voorkruin geelachtig olijf. Vleugel tweekleurig: de voorste helft, met de dekveren en de basis van de slagpennen, licht geelolijf, de achterste helft zwart, zodat de gevouwen vleugel een zwart achterdeel heeft. Staart donker. Mannetje en vrouwtje lijken op elkaar.

Verwarrings­soorten

De bisschopstangare Thraupis episcopus heeft hetzelfde postuur, maar is blauwgrijs zonder zwart in de vleugel; beide soorten zoeken vaak samen voedsel. De geelvleugeltangare Thraupis abbas (zuidelijk Mexico tot Nicaragua) heeft een lila-blauwe kop en een gele vlek in de zwarte vleugel. De grijze tangare Tangara inornata is kleiner en donkerder grijs, met een zwartachtig masker.

Leefgebied

Open en half open land met palmen: bosranden, secundair bos, palmmoeras, weiland met verspreide bomen, plantages, tuinen en dorpen, vooral in laagland tot ongeveer 1500 m. Hangt vaak ondersteboven onder palmbladeren om insecten te zoeken, en eet daarnaast vruchten en nectar. Bouwt het nest vaak in de bladvoet van een palm.

Verspreiding en trek

Caribische laaglanden van het zuidoosten van Nicaragua en van Costa Rica, waar hij zich ook naar de Pacifische kant uitbreidt, en heel Panama. Buiten het gidsgebied in een groot deel van tropisch Zuid-Amerika, tot in Bolivia, Paraguay en Zuidoost-Brazilië, en op Trinidad. Standvogel.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In Costa Rica en Panama gewoon in kokospalmen langs de kust en in dorpen; groepjes zijn het best te vinden in de kruinen van palmen.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen; profiteert van ontbossing en van de aanplant van palmen.

Wetenschappelijke naam

Thraupis palmarum | (Wied-Neuwied, 1821)

Wied-Neuwied beschreef de soort in 1821 als Tanagra palmarum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Thraupis werd in 1826 ingevoerd door Boie. Thraupis is het oud-Griekse woord voor een niet nader bekend klein vogeltje dat Aristoteles noemt. palmarum is Latijn voor 'van de palmen', naar de voorliefde van deze tangare voor palmbomen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Canavieiras, Bahia, Brazilië.