Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse zangers › Palmzanger

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Palmzanger | Setophaga palmarum

Palm Warbler | Chipe playero

De palmzanger is een bruinige zanger die veel op de grond foerageert en voortdurend met de staart op en neer wipt. Hij broedt in venen en open naaldbos in Canada. In het gidsgebied is hij een wintergast, vooral langs de kust en in open land op het schiereiland Yucatán en aan de Caribische kust.

Palmzanger (Setophaga palmarum)
Foto: mauricholas — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een zwakke, snelle triller op één toonhoogte, ongeveer sisisisisisi. De roep is een scherp, wat metaalachtig tsjik of sjip, vaak te horen bij het foerageren; de vluchtroep is een hoog sie.

Luister: ZangXC1015038

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm. In elk kleed heldergele onderstaartdekveren, een olijfgele stuit, een lichte wenkbrauwstreep, een donkere oogstreep en het voortdurende staartwippen. In winterkleed, zoals meestal in het gidsgebied: grijsbruine bovendelen, vuilwitte tot bleekgele onderdelen met vage, bruingrijze strepen op de borst en een bruinige kruin. In het voorjaar krijgt de vogel een roodbruine kruin. De oostelijke vorm S. p. hypochrysea is ook in de winter van onderen geheel geel; de westelijke vorm S. p. palmarum, die in het gidsgebied het talrijkst is, heeft alleen gele onderstaartdekveren en soms een gelige keel.

Verwarrings­soorten

De tijgerzanger Setophaga tigrina heeft een geelgroene stuit, witte onderstaartdekveren en wipt niet met de staart. De prairiezanger Setophaga discolor wipt ook met de staart, maar is van onderen geheel geel, met zwarte flankstrepen en een donkere wangstreep. Piepers (Anthus) zijn groter, hebben een langere staart met witte buitenranden en geen geel.

Leefgebied

In de winter open terrein met verspreide struiken en bomen: kustbegroeiing, de randen van mangrove, weilanden, akkerranden, gazons, tuinen en dorpen, ook pijnsavanne; vrijwel alleen in het laagland. Zoekt op de grond en laag in struiken naar insecten en zaden, vaak in kleine groepjes.

Verspreiding en trek

Broedt in Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten. Overwintert in het zuidoosten van de Verenigde Staten, West-Indië en het noorden van Midden-Amerika. In het gidsgebied vrij algemeen op het schiereiland Yucatán en langs de kust van Belize en de eilanden van Honduras, schaarser langs de Golfkust van Mexico en de Caribische kust van Honduras en Nicaragua; zeldzaam verder zuidelijk en aan de Pacifische kant.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Op gazons, langs kustpaden en in dorpen op het schiereiland Yucatán valt een zanger die op de grond loopt en onophoudelijk met de staart wipt het eerst op als palmzanger.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Algemeen en wijdverbreid; de populatie lijkt stabiel.

Wetenschappelijke naam

Setophaga palmarum | (Gmelin, 1789)

Gmelin beschreef de soort in 1789 als Motacilla palmarum; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Setophaga werd in 1827 ingevoerd door Swainson. Setophaga is Grieks, van sēs, sētos 'mot' en -phagos 'etend': 'motteneter'. palmarum is Latijn voor 'van de palmen', naar de palmbomen waarin de soort op Hispaniola werd waargenomen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Hispaniola.