Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Philadelphiavireo

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Philadelphiavireo | Vireo philadelphicus

Philadelphia Vireo | Vireo de Filadelfia

De philadelphiavireo is een kleine, compacte vireo met een gelige keel en borst. Hij broedt in Noord-Amerika en overwintert in het gidsgebied, vooral in Costa Rica en Panama, waar hij in kronen en bosranden naar insecten zoekt, vaak in gemengde groepen.

Philadelphiavireo (Vireo philadelphicus)
Foto: lwolfartist — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

In het winterkwartier meestal stil; de roep is een nasaal, schurend geluid. De zang lijkt op die van de roodoogvireo, maar is hoger en trager.

Luister: ZangXC1013942

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm. Bovendelen grijsgroen, kruin grijzer. Witachtige wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep die tot aan de snavel doorloopt. Onderdelen lichtgeel, het sterkst op keel en borst. Geen vleugelstrepen. Snavel kort.

Verwarrings­soorten

De orpheusvireo Vireo gilvus is grijzer, heeft hoogstens wat geel op de flanken en mist de donkere teugel. De witbrauwvireo Vireo leucophrys heeft een bruine kruin en leeft als standvogel in de bergen. De tennesseezanger Leiothlypis peregrina heeft een dunnere, spitse snavel en witte onderstaartdekveren.

Leefgebied

In de winter in bosranden, secundair bos, halfopen terrein met bomen, schaduwkoffie en tuinen, van het laagland tot in de bergen. Zoekt insecten tussen het blad in de kronen, vaak samen met zangers en andere vireo's.

Verspreiding en trek

Broedt in Canada en het noordoosten van de Verenigde Staten. In het gidsgebied wintergast van het zuiden van Mexico tot Panama, het talrijkst in Costa Rica en Panama; noordelijker vooral doortrekker. Buiten het gidsgebied overwintert hij ook in het noordwesten van Colombia.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter het best te zoeken in gemengde groepen in bosranden en tuinen in Costa Rica en Panama; let op de gele keel en de donkere teugel.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In de winter vrij algemeen in Costa Rica en Panama, noordelijker schaarser.

Wetenschappelijke naam

Vireo philadelphicus | (Cassin, 1851)

Cassin beschreef de soort in 1851 als Vireosylvia philadelphica; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. philadelphicus verwijst naar Philadelphia (Pennsylvania), waar de soort in 1842 werd ontdekt. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij Philadelphia, Pennsylvania.