Alle soorten › Zangvogels › Vireo's › Orpheusvireo

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Orpheusvireo | Vireo gilvus

Warbling Vireo | Vireo gorjeador

De orpheusvireo is een eenvoudig getekende, grijsgroene vireo met een lichte wenkbrauwstreep en zonder vleugelstrepen. Hij broedt in de bergen van het noorden en midden van Mexico, en vogels uit Noord-Amerika overwinteren in Mexico en het noorden van Midden-Amerika.

Orpheusvireo (Vireo gilvus)
Foto: Peterwchen — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een lange, snelle, golvende warbel zonder pauzes, heel anders dan de korte frasen van de roodoogvireo. De roep is een nasaal, mauwend geluid.

Luister: ZangXC1149977

Opname: Scott Crabtree — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

12–14 cm. Bovendelen grijsachtig olijfgroen, kruin grijzer. Witachtige wenkbrauwstreep en lichte teugel, waardoor het gezicht vlak oogt. Onderdelen witachtig, flanken vaal geelachtig getint, vooral in de herfst. Geen vleugelstrepen. Snavel vrij kort.

Verwarrings­soorten

De philadelphiavireo Vireo philadelphicus heeft een gele keel en borst en een donkere teugel. De witbrauwvireo Vireo leucophrys heeft een bruine kruin en gelere onderdelen en leeft als standvogel in vochtig bergbos. De roodoogvireo Vireo olivaceus is groter, met een grijze kruin die zwart is afgezet boven de witte wenkbrauwstreep.

Leefgebied

Broedt in open loofbos, eikenbos en pijn-eikenbos en in populieren- en wilgenbos langs rivieren in de bergen. In de winter in droogbos, bosranden, secundair bos en bomen in tuinen en parken, van het laagland tot in de bergen.

Verspreiding en trek

Broedt in een groot deel van Noord-Amerika en in de bergen van het noorden en midden van Mexico, plaatselijk ook in Baja California. In de winter van het westen en zuiden van Mexico tot Guatemala, El Salvador en Honduras; verder zuidelijk schaars tot in Costa Rica en zelden in Panama.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter vaak in gemengde groepen in het westen en zuiden van Mexico en in Guatemala. In het broedgebied verraadt de doorlopende zang de vogel, die zelf hoog in het blad verborgen blijft.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen; in Mexico talrijk als wintergast en plaatselijk als broedvogel.

Wetenschappelijke naam

Vireo gilvus | (Vieillot, 1808)

Vieillot beschreef de soort in 1808 als Muscicapa gilva; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Vireo werd in 1808 ingevoerd door Vieillot. Vireo werd door Latijnse schrijvers gebruikt voor een kleine, groene trekvogel, waarschijnlijk de wielewaal; ook de groenling is voorgesteld. gilvus is Latijn voor 'bleekgeel', naar het fletse, onopvallende kleed. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit staat New York, Verenigde Staten.