Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Phoebe
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Phoebe | Sayornis phoebe
Eastern Phoebe | Mosquero fibí
De phoebe is een middelgrote, grijsbruine tiran zonder opvallende tekening, die vrijwel voortdurend met de staart wipt. Hij broedt in het oosten van Noord-Amerika en overwintert onder meer in het oosten van Mexico, vaak in de buurt van water. In het noordoosten van Mexico broedt hij ook plaatselijk.
Geluid
De roep is een scherp tsjip. De zang, die in de winter zelden te horen is, is een schor fie-bie, waaraan de soort haar naam dankt.
Opname: Jim Berry — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
16–17 cm, met een dunne, geheel zwarte snavel. Bovendelen grijsbruin, kop donkerder en in contrast met de rug. Geen oogring. Vleugels donker met vage, lichte vleugelstrepen. Onderdelen witachtig met een grijzige waas op de zijkanten van de borst; in de herfst en winter vaak een lichtgele zweem op de buik. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De westelijke bospiewie Contopus sordidulus en de oostelijke bospiewie Contopus virens wippen niet met de staart, hebben langere vleugels, duidelijker vleugelstrepen en een lichte ondersnavel. Feetirannen Empidonax zijn kleiner, met een oogring en duidelijke vleugelstrepen. De says phoebe Sayornis saya heeft een kaneelkleurige buik, de zwarte phoebe Sayornis nigricans is zwart met een witte buik.
Leefgebied
In de winter halfopen land met bomen en struiken, vaak bij water: oeverbos, beekdalen, weiland met bomen, parken, tuinen en bosranden, van het laagland tot in de bergen. Wipt met de staart vanaf een lage uitkijkpost en vangt insecten in korte vluchten; eet in de winter ook bessen. Nestelt op een richel onder een brug, een overhang of in een gebouw.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het midden en oosten van Canada en het oosten van de Verenigde Staten, en plaatselijk in het noordoosten van Mexico. Overwintert in het zuidoosten van de Verenigde Staten en in het oosten van Mexico, zuidelijk tot ongeveer Veracruz; verder naar het zuiden zeldzaam.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter vrij gewoon langs beken en rivieren in het noordoosten en oosten van Mexico; het voortdurende staartwippen en de donkere kop zijn de beste kenmerken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Algemeen en wijdverspreid; profiteert van bruggen en gebouwen als nestplaats.
Wetenschappelijke naam
Sayornis phoebe | (Latham, 1790)
Latham beschreef de soort in 1790 als [Muscicapa] Phoebe; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Sayornis werd in 1854 ingevoerd door Bonaparte. Sayornis verwijst naar de Amerikaanse natuuronderzoeker Thomas Say (1787–1834), via Bonapartes Muscicapa saya, met Grieks ornis 'vogel': 'Says vogel'. phoebe is een andere naam voor de maangodin Diana, maar bootst waarschijnlijk vooral de roep 'fie-bie' na. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit New York.




