Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Rasterstaarttrogon

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves

Rasterstaarttrogon | Trogon clathratus

Lattice-tailed Trogon | Trogón colibarrado

De rasterstaarttrogon is een grote, roodbuikige trogon van het natte heuvel- en voetheuvelbos aan de Caribische kant van Costa Rica en het westen van Panama, en komt buiten het gidsgebied niet voor. De naam verwijst naar de fijn zwart-wit getekende onderkant van de staart. Als enige roodbuikige trogon van het gidsgebied heeft hij in beide geslachten een lichte, geelwitte iris.

Rasterstaarttrogon (Trogon clathratus)
Foto: Matt MacGillivray from Toronto, Canada — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een lange reeks korte, kakelende kwa- of koek-noten die geleidelijk versnellen en iets in toonhoogte stijgen. Daarnaast een zacht, ratelend gekwetter.

Luister: ZangXC1055887

Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

29–31 cm. Het mannetje is metaalgroen op kop, rug en borst, met een rode buik en onderstaartdekveren en zonder witte borstband. Het oog is lichtgeel tot witachtig, de snavel geel. De onderkant van de staart is fijn zwart-wit gestreept, zonder brede witte punten. Het vrouwtje is leigrijs waar het mannetje groen is, met een rode buik, een lichte iris, een donkere bovensnavel en eveneens een fijn gestreepte staartonderkant.

Verwarrings­soorten

Massena's trogon Trogon massena is iets groter, heeft een donker oog met een oranjerode oogring, een oranjerode snavel en een effen leigrijze staartonderkant. De gekraagde trogon Trogon collaris is kleiner, heeft een witte borstband en een gebandeerde staartonderkant met brede witte punten.

Leefgebied

Zeer nat, hoog bos op de Caribische heuvels en voetheuvels, meestal tussen ongeveer 300 en 1200 m, plaatselijk lager; vooral in het inwendige van het bos en langs beken en ravijnen. Zit onopvallend in de middelste boomlaag, vaak in groepjes met andere vogels, en eet vruchten en grote insecten. Broedt in een holte in een rottende stam of in een termietennest.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Caribische hellingen van het noorden van Costa Rica, van de Cordillera de Guanacaste en de Cordillera de Tilarán door de Cordillera Central en Talamanca, tot het westen van Panama in Bocas del Toro en op de Caribische kant van Veraguas en Coclé. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bekende plaatsen zijn Quebrada González in Braulio Carrillo en Rara Avis in Costa Rica, en de Caribische kant van Fortuna in Panama. De reeks kakelende noten is vaak het eerste teken; de vogel zit lang roerloos in de middelste boomlaag.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Door het kleine verspreidingsgebied gevoelig voor het verdwijnen van voetheuvelbos, maar een groot deel van het leefgebied ligt in beschermde gebieden.

Wetenschappelijke naam

Trogon clathratus | Salvin, 1866

Salvin beschreef de soort in 1866 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trogon werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Trogon is Grieks, van trōgōn 'knagend, vruchten etend'. clathratus is Latijn voor 'getralied', naar de fijne dwarsbandering op de staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santa Fé, Veraguas, Panama.