Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons

Trogons | Trogonidae

Trogons | Trogones

Mexico en Midden-Amerika zijn een van de rijkste gebieden van de familie, met vijftien soorten in drie geslachten: de trogons, de quetzals en de oorquetzal van de bergbossen van West-Mexico. Ze leven in vrijwel elk bostype, van droog loofbos en mangrove tot nevelwoud. De romp is gedrongen, de kop groot en de hals kort, en de vogel zit lang rechtop en vrijwel onbeweeglijk op een tak in de middenlaag, alleen de kop draaiend; vaak verraadt eerst de reeks holle of blaffende roepen zijn aanwezigheid. Insecten en vruchten worden in een korte fladdervlucht van blad of tak geplukt. Bij de mannetjes zijn kop, borst en rug metaalgroen of blauwviolet en de buik rood of geel; die glans komt van de veerstructuur en niet van pigment. Het patroon aan de onderkant van de staart verschilt per soort en is een belangrijk determinatiekenmerk. Het mannetje van de quetzal draagt sterk verlengde bovenstaartdekveren die ver voorbij de staart hangen; bij Maya en Azteken waren die veren heilig. Het nest is een uitgeknaagde holte in vermolmd hout, een boomtermietennest of een wespennest, met twee of drie ongevlekte eieren.

Inheemse soorten 15 soorten

Soorten die hier van nature voorkomen: broedvogels, wintergasten en doortrekkers. Ze staan per geslacht, in de volgorde van de lijst.

Euptilotis 1 soort

Pharomachrus 1 soort

Trogon 13 soorten