Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Zwartkoptrogon

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves

Zwartkoptrogon | Trogon melanocephalus

Black-headed Trogon | Trogón cabeza negra

De zwartkoptrogon is een geelbuikige trogon van droog en halfvochtig laaglandbos, van het oosten van Mexico tot het noordwesten van Costa Rica, en komt buiten het gidsgebied niet voor. Hij wordt vaak in paartjes of kleine groepjes gezien, ook in open bos en aan bosranden. Vroeger werd hij samen met de grijskoptrogon als één soort beschouwd.

Zwartkoptrogon (Trogon melanocephalus)
Foto: Derek Spencer — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een versnellende reeks kakelende tjoek- of kauw-noten die overgaat in een ratel. Daarnaast een droog, kakelend tjak en zacht gekwetter, vaak tussen leden van een groepje.

Luister: ZangXC522429

Opname: Paul Driver — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

27–28 cm. Het mannetje heeft een zwartachtige kop en borst, een donker oog met een lichtblauwe kale oogring, een blauwgrijze snavel, een groene rug met een blauwviolette stuit en een gele buik, van de borst gescheiden door een smalle, onduidelijke lichte lijn. De onderkant van de staart is wit met een zwarte basis, waarbij de witte punten van de staartpennen brede banden vormen. Het vrouwtje is doffer, met een grijze in plaats van groene rug.

Verwarrings­soorten

De grijskoptrogon Trogon citreolus heeft een lichtgele iris, een grijzere kop en borst en leeft aan de Pacifische kant van West-Mexico, waar de zwartkoptrogon ontbreekt. Goulds trogon Trogon caligatus is kleiner, heeft een gele oogring en bij het mannetje een violetblauwe kop en een fijn gestreepte staartonderkant. De noordelijke zwartkeeltrogon Trogon tenellus heeft bij het mannetje een groene kop.

Leefgebied

Droog en halfvochtig laaglandbos, seizoensbos, bosranden, galerijbos, open bos met verspreide bomen, mangrove en schaduwplantages, vooral beneden ongeveer 500 m en plaatselijk tot ongeveer 1000 m. Eet vruchten en insecten. Broedt in een holte die in een termietennest in een boom wordt uitgegraven.

Verspreiding en trek

Golf- en Caribische laaglanden van het midden en zuiden van Veracruz en het noorden van Oaxaca door Tabasco, Chiapas en het schiereiland Yucatán tot Belize, Guatemala, Honduras en Nicaragua; aan de Pacifische kant van El Salvador en Honduras door Nicaragua tot Guanacaste en de omgeving van de Golf van Nicoya in het noordwesten van Costa Rica. De soort komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in Tikal en Calakmul, op het schiereiland Yucatán en in Belize, en in het droogbos van Palo Verde en Santa Rosa in Guanacaste. Paartjes zitten vaak opvallend op een open tak aan de bosrand.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Verdraagt bos dat door de mens is aangetast en komt ook in plantages en open bos met verspreide bomen voor.

Wetenschappelijke naam

Trogon melanocephalus | Gould, 1836

Gould beschreef de soort in 1836 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trogon werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Trogon is Grieks, van trōgōn 'knagend, vruchten etend'. melanocephalus is Grieks, van melas 'zwart' en kephalē 'kop', naar de zwartachtige kop en borst. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Tamaulipas, Mexico.