Alle soorten › Trogonachtigen › Trogons › Gekraagde trogon

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Muisvogels, scharrelaars en spechten Coraciimorphae › Trogons en holenbroeders Cavitaves

Gekraagde trogon | Trogon collaris

Collared Trogon | Trogón de collar

De gekraagde trogon is een roodbuikige trogon van vochtig bos, vooral in de heuvels en bergen, van het oosten van Mexico tot Panama en verder tot ver in Zuid-Amerika. Het is de meest verbreide roodbuikige trogon van het gidsgebied. In de bergen van Costa Rica en het westen van Panama leven vogels met een oranje in plaats van rode buik, die vroeger als aparte soort werden beschouwd, de oranjebuiktrogon.

Gekraagde trogon (Trogon collaris)
Foto: Fernando Flores — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een langzame reeks van twee tot vier heldere, wat klaaglijke fluittonen, kjoew kjoew, vaak licht dalend in toon. Daarnaast een zacht ratelend gekakel.

Luister: DuetXC1183257

Opname: Glauko Corrêa da Silva — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

25–28 cm. Het mannetje is metaalgroen op kop, borst en rug, met een zwart gezicht en keel, een gele snavel en een witte band tussen de groene borst en de rode buik. De onderkant van de staart is fijn zwart-wit gestreept met drie brede witte banden. Het vrouwtje is bruin op kop, borst en rug, met een witte borstband, een rozerode buik, een witte vlek vóór en achter het oog en een grijzige, fijn getekende staartonderkant met zwarte en witte punten. In de bergen van Costa Rica en het westen van Panama is de buik bij een deel van de vogels oranje tot oranjegeel.

Verwarrings­soorten

De noordelijke koperstaarttrogon Trogon ambiguus en de koperstaarttrogon Trogon elegans hebben een koperkleurige glans op de staart, een oranjerode oogring en een fijn grijs-wit gevlekte staartonderkant, en leven in droger bos. De Mexicaanse trogon Trogon mexicanus is groter, heeft een vrijwel zwarte staartonderkant met drie brede witte banden en leeft hoger. Bairds trogon Trogon bairdii en Massena's trogon Trogon massena hebben geen witte borstband. Het vrouwtje van de noordelijke zwartkeeltrogon Trogon tenellus is ook bruin, maar heeft een gele buik.

Leefgebied

Vochtig bos, van laaglandregenwoud tot nevelwoud en bergregenwoud, meestal tussen 600 en 2500 m; in Belize en het zuiden van het schiereiland Yucatán ook in het laagland. Ook hoog secundair bos, bosranden en schaduwkoffie. Zit stil in de middelste en lagere boomlaag en eet insecten en vruchten. Nestelt in rottend hout of een termietennest.

Verspreiding en trek

Golfhelling van het oosten van Mexico vanaf San Luis Potosí, Querétaro en Hidalgo door Puebla, Veracruz en Oaxaca tot Chiapas en Tabasco, de Pacifische helling van Guerrero en Oaxaca, het zuiden van het schiereiland Yucatán, en verder door Belize, Guatemala, El Salvador (alleen in de bergen), Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot Panama. Buiten het gidsgebied in Zuid-Amerika tot Bolivia en Brazilië, en op Trinidad en Tobago.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Algemeen in de bergbossen van Monteverde en de Savegre-vallei in Costa Rica en in het nevelwoud van El Triunfo in Chiapas. De vogels met een oranje buik zijn vooral in de Cordillera de Talamanca en in het westen van Panama te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Wijdverbreid en plaatselijk algemeen; verdraagt enige verstoring en komt ook in secundair bos en schaduwkoffie voor.

Wetenschappelijke naam

Trogon collaris | Vieillot, 1817

Vieillot beschreef de soort in 1817 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Trogon werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Trogon is Grieks, van trōgōn 'knagend, vruchten etend'. collaris is Latijn voor 'met een kraag', naar de witte band tussen borst en buik. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.