Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Roesttiran
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Roesttiran | Myiophobus fasciatus
Bran-colored Flycatcher | Mosquerito pechirrayado
De roesttiran is een kleine, warmbruine tiran met een gestreepte borst, die verborgen leeft in struikgewas en ruigte. In het gidsgebied komt hij alleen voor in Panama en het zuiden van Costa Rica, aan de noordrand van een groot Zuid-Amerikaans verspreidingsgebied.
Geluid
Een snelle reeks korte, heldere tonen en een kort, zacht roepje; vaak eerder gehoord dan gezien.
Opname: Mateus Gonçalves Santos — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
12–13 cm, met een korte, platte snavel; de bovensnavel is donker, de ondersnavel licht. Bovendelen warm roestbruin. Een vage lichte wenkbrauwstreep. Vleugels donkerbruin met twee duidelijke, okerbeige vleugelstrepen. Keel witachtig; borst vaalbeige met bruine streepjes, buik witachtig tot bleekgeel. Sommige vogels hebben een verborgen gele tot oranje kruinvlek. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
Feetirannen van het geslacht Empidonax, die in de winter in hetzelfde terrein zitten, zijn olijfgroen of grijsachtig van boven en hebben een ongestreepte borst. De roodstaarttiran Terenotriccus erythrurus is kleiner, met een grijze kop, een ongestreepte, kaneelbruine onderzijde en een roodbruine staart, en leeft in het bos.
Leefgebied
Struikgewas, ruigte en jong secundair bos, overwoekerde weilanden, bosranden en struiken langs wegen en beken, in het laagland en de lagere bergen. Zit laag en verborgen in dichte begroeiing en vangt kleine insecten met korte uitvallen naar bladeren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied in het zuiden van Costa Rica, vooral aan de Pacifische kant, en in een groot deel van Panama. Buiten het gidsgebied wijd verspreid in Zuid-Amerika, tot in het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Het beste te vinden door in ruige, struikrijke terreinranden te luisteren en te wachten tot hij even op een open takje gaat zitten. De gestreepte borst en de roestbruine bovendelen zijn dan de kenmerken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In Panama plaatselijk vrij algemeen; in Costa Rica schaars en plaatselijk.
Wetenschappelijke naam
Myiophobus fasciatus | (Müller, 1776)
Müller beschreef de soort in 1776 als Muscicapa fasciata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiophobus werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Myiophobus is Grieks, van muia 'vlieg' en phobos 'schrik, angst': 'vliegenschrik'. fasciatus is Laat-Latijn voor 'gebandeerd', van fascia 'band', naar de lichte vleugelstrepen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.


