Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Roesttiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roesttiran | Myiophobus fasciatus

Bran-colored Flycatcher | Mosquerito pechirrayado

De roesttiran is een kleine, warmbruine tiran met een gestreepte borst, die verborgen leeft in struikgewas en ruigte. In het gidsgebied komt hij alleen voor in Panama en het zuiden van Costa Rica, aan de noordrand van een groot Zuid-Amerikaans verspreidingsgebied.

Roesttiran (Myiophobus fasciatus)
Foto: Dario Sanches from São Paulo, Brasil — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een snelle reeks korte, heldere tonen en een kort, zacht roepje; vaak eerder gehoord dan gezien.

Luister: ZangXC1177330

Opname: Mateus Gonçalves Santos — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

12–13 cm, met een korte, platte snavel; de bovensnavel is donker, de ondersnavel licht. Bovendelen warm roestbruin. Een vage lichte wenkbrauwstreep. Vleugels donkerbruin met twee duidelijke, okerbeige vleugelstrepen. Keel witachtig; borst vaalbeige met bruine streepjes, buik witachtig tot bleekgeel. Sommige vogels hebben een verborgen gele tot oranje kruinvlek. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

Feetirannen van het geslacht Empidonax, die in de winter in hetzelfde terrein zitten, zijn olijfgroen of grijsachtig van boven en hebben een ongestreepte borst. De roodstaarttiran Terenotriccus erythrurus is kleiner, met een grijze kop, een ongestreepte, kaneelbruine onderzijde en een roodbruine staart, en leeft in het bos.

Leefgebied

Struikgewas, ruigte en jong secundair bos, overwoekerde weilanden, bosranden en struiken langs wegen en beken, in het laagland en de lagere bergen. Zit laag en verborgen in dichte begroeiing en vangt kleine insecten met korte uitvallen naar bladeren.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied in het zuiden van Costa Rica, vooral aan de Pacifische kant, en in een groot deel van Panama. Buiten het gidsgebied wijd verspreid in Zuid-Amerika, tot in het noorden van Argentinië.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste te vinden door in ruige, struikrijke terreinranden te luisteren en te wachten tot hij even op een open takje gaat zitten. De gestreepte borst en de roestbruine bovendelen zijn dan de kenmerken.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In Panama plaatselijk vrij algemeen; in Costa Rica schaars en plaatselijk.

Wetenschappelijke naam

Myiophobus fasciatus | (Müller, 1776)

Müller beschreef de soort in 1776 als Muscicapa fasciata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Myiophobus werd in 1850 ingevoerd door Reichenbach. Myiophobus is Grieks, van muia 'vlieg' en phobos 'schrik, angst': 'vliegenschrik'. fasciatus is Laat-Latijn voor 'gebandeerd', van fascia 'band', naar de lichte vleugelstrepen. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Cayenne, Frans-Guyana.