Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Arkansaskoningstiran

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Arkansaskoningstiran | Tyrannus verticalis

Western Kingbird | Tirano pálido

De arkansaskoningstiran is een koningstiran van open, droog terrein, met een lichtgrijze kop, een gele buik en een zwarte staart met witte zijkanten. Hij broedt in het westen van Noord-Amerika, ook in het noorden van Mexico, en overwintert aan de Pacifische kant van Mexico en Midden-Amerika.

Arkansaskoningstiran (Tyrannus verticalis)
Foto: Rhododendrites — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een scherp kip of wit en een kwetterend, ruzieachtig gekrakeel; in de broedtijd een reeks harde, hoge klikkende tonen.

Luister: ZangXC772130

Opname: Richard E. Webster — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm. Kop en borst lichtgrijs, met een iets donkerder grijs masker door het oog en een witachtige keel. Rug grijs met een olijfgroene tint, vleugels bruingrijs. Buik en onderstaartdekveren citroengeel. Staart zwart en recht afgesneden, met smalle witte buitenranden over de hele lengte. Een rode kruinvlek is meestal verborgen. Snavel zwart, vrij kort. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.

Verwarrings­soorten

De cassins koningstiran Tyrannus vociferans heeft een donkerder grijze kop en borst met een scherp afgezette witte kin en geen witte staartranden. De tropische koningstiran Tyrannus melancholicus en de texaanse koningstiran Tyrannus couchii hebben een gele borst, een langere snavel en een ingekeepte bruine staart zonder wit.

Leefgebied

Open en halfopen terrein met verspreide bomen: halfwoestijngrasland, akkers, weiland, savanne, doornstruweel, droogbos met open plekken, oeverbos en de randen van dorpen. Vangt insecten vanaf een open zitplaats, vaak een draad, paal of boomtop.

Verspreiding en trek

Broedt in het noorden van Mexico (het noorden van Baja California, Sonora, Chihuahua en Coahuila). Overwintert aan de Pacifische kant van Mexico, vanaf ongeveer Nayarit en Jalisco, en van Guatemala tot Costa Rica; schaars tot in Panama. Buiten het gidsgebied broedvogel in het westen van de Verenigde Staten en het zuidwesten van Canada.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter algemeen op draden langs wegen in het droge Pacifische laagland, bijvoorbeeld in Guanacaste in Costa Rica. De witte staartranden zijn het best te zien wanneer hij opvliegt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. Algemeen; profiteert van het openmaken van het landschap.

Wetenschappelijke naam

Tyrannus verticalis | Say, 1822

Say beschreef de soort in 1822 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Tyrannus werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Tyrannus is Latijn (van Grieks turannos) voor 'tiran, alleenheerser', naar het agressieve gedrag waarmee deze vogels zelfs roofvogels verjagen. verticalis is Latijn voor 'van de kruin', van vertex 'kruin', naar de verborgen oranjerode kruinvlek. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit bij La Junta, Colorado.