Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Zwaluwstaartkoningstiran
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Zwaluwstaartkoningstiran | Tyrannus forficatus
Scissor-tailed Flycatcher | Tirano tijereta rosado
De zwaluwstaartkoningstiran is een lichtgrijze koningstiran met zalmroze flanken en een zeer lange, diep gevorkte staart. Hij broedt in het zuiden van de Verenigde Staten en het noordoosten van Mexico en overwintert in groten getale in open terrein van het zuiden van Mexico tot Costa Rica.
Geluid
Een scherp pik of kek en een kwetterend, ruzieachtig gekrakeel; in de broedtijd een snel, stotterend pup-pup-pup-perliep, vooral bij dageraad.
Opname: Terry Davis — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
20–22 cm zonder de verlengde buitenste staartpennen; met staart bij het mannetje tot ongeveer 38 cm, bij het vrouwtje korter. Kop, rug en borst zeer lichtgrijs tot parelgrijs, buik witachtig. Flanken en onderstaartdekveren zalmroze; de oksels en ondervleugeldekveren zijn feller roze tot zalmrood, vooral in de vlucht zichtbaar. Vleugels zwartbruin met lichte randen. Staart diep gevorkt, zwart en wit. Een rode kruinvlek is meestal verborgen. Jonge vogels zijn bleker, met weinig roze en een veel kortere staart.
Verwarringssoorten
De vorkstaartkoningstiran Tyrannus savana heeft een zwarte kop, een middelgrijze rug, zuiver witte onderdelen zonder roze en een geheel zwarte staart. Jonge zwaluwstaartkoningstirannen met een korte staart lijken op de arkansaskoningstiran Tyrannus verticalis, maar hebben geen gele buik en wel een roze waas op de flanken.
Leefgebied
Open terrein met verspreide bomen en struiken: weiland, savanne, akkerranden, doornstruweel, droogbos met open plekken, wegbermen met draden en de randen van dorpen en steden. Vangt insecten vanaf een lage, open zitplaats, vaak een draad of hek, en jaagt ook vanaf de grond.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het noordoosten van Mexico (Coahuila, Nuevo León en Tamaulipas). Trekt door het oosten en midden van Mexico en overwintert van het zuiden van Mexico tot Costa Rica, vooral aan de Pacifische kant; schaars tot in het westen van Panama. Buiten het gidsgebied broedvogel in het zuiden van de Great Plains van de Verenigde Staten.
- Jaarrond
- Zomergast (ca. apr–sep)
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter vaak in groepjes op draden langs wegen in open, droog terrein. 's Avonds verzamelen ze zich op gezamenlijke slaapplaatsen in bomen, soms met honderden vogels.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Algemeen; profiteert van open terrein en de aanleg van weiland, maar de broedpopulatie in de Verenigde Staten is in de laatste decennia afgenomen.
Wetenschappelijke naam
Tyrannus forficatus | (Gmelin, 1789)
Gmelin beschreef de soort in 1789 als M[uscicapa] forficata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Tyrannus werd in 1799 ingevoerd door De Lacépède. Tyrannus is Latijn (van Grieks turannos) voor 'tiran, alleenheerser', naar het agressieve gedrag waarmee deze vogels zelfs roofvogels verjagen. forficatus is Latijn voor 'gevorkt als een schaar', van forfex 'schaar', naar de zeer lange gevorkte staart. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico (niet nader bepaald).





