Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Roodrugtangare

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Roodrugtangare | Ramphocelus passerinii

Scarlet-rumped Tanager | Tangara terciopelo

De roodrugtangare is een fluweelzwarte tangare met een scharlakenrode onderrug en een lichtblauwe snavel. Hij is een van de algemeenste tangares in het laagland van Midden-Amerika en leeft in luidruchtige groepjes in tuinen, struikgewas en langs bosranden. De soort komt alleen in het gidsgebied voor, van het zuidoosten van Mexico tot het westen van Panama.

Roodrugtangare (Ramphocelus passerinii)
Foto: Cephas — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De roep is een scherp, hard wak of tsjek, vaak in groepjes. De zang bij zonsopkomst bestaat uit korte, fluitende frasen die lang worden herhaald, zoals tsjie-wiet tsjie-wiet.

Luister: ZangXC956675

Opname: Scott Olmstead — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

16–17 cm. Middelgrote tangare met een dikke, lichtblauwe tot zilverwitte snavel met een zwarte punt. Het mannetje is fluweelzwart met een heldere scharlakenrode onderrug en stuit. Het vrouwtje verschilt per kant van het land: aan de Caribische kant heeft zij een grijze kop, een olijfbruine rug, een okerkleurige stuit en een olijfgele onderkant; aan de Pacifische kant van Costa Rica en het westen van Panama (vorm costaricensis) zijn borst en stuit helder oranje. Beide vormen werden vroeger als aparte soorten beschouwd.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de vuurkraagtangare Ramphocelus sanguinolentus heeft een rode kap en kraag. Het mannetje van de vuurrugtangare Ramphocelus flammigerus (Panama) heeft een citroengele stuit; in het westen van Panama komen tussenvormen voor. De roodbuiktangare Ramphocelus dimidiatus (Panama) heeft een donkerrode kop en borst en een rode buik. Het vrouwtje lijkt op dat van de vuurrugtangare, maar heeft een grijze kop en een oranjere borst.

Leefgebied

Bosranden, struikgewas, tuinen, plantages, weilanden met heggen en oevervegetatie in het vochtige laagland en de voetheuvels, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m. Mijdt gesloten bos. Eet vooral vruchten, daarnaast insecten.

Verspreiding en trek

Caribische kant van het zuidoosten van Mexico (zuiden van Veracruz, noorden van Oaxaca, Tabasco en Chiapas) via Belize, Guatemala, Honduras, Nicaragua en Costa Rica tot het westen van Panama; daarnaast de Pacifische kant van Costa Rica en het westen van Panama. Komt buiten het gidsgebied niet voor.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Vrijwel overal in het laagland van Costa Rica te zien, vaak bij voederplaatsen met banaan; let bij vrouwtjes op het verschil tussen de Caribische en de Pacifische vorm.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Zeer algemeen en profiteert van ontbossing en de aanleg van tuinen en plantages.

Wetenschappelijke naam

Ramphocelus passerinii | Bonaparte, 1831

Bonaparte beschreef de soort in 1831 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Ramphocelus werd in 1805 ingevoerd door Desmarest, A-G. Ramphocelus is Grieks, van rhamphos 'snavel' en koilos 'hol, concaaf', naar de opvallend gevormde, zilverwitte ondersnavel. passerinii eert vermoedelijk de Italiaanse zoöloog en entomoloog Carlo Passerini (1793–1857) van het museum in Florence. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Guatemala (oorspronkelijk ten onrechte 'Cuba').