Alle soorten › Eendachtigen › Eenden, ganzen en zwanen › Rotgans
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Eend- en hoendervogels Galloanserae
Rotgans | Branta bernicla
Brant | Barnacla carinegra
De rotgans is een kleine, donkere zeegans van de arctische toendra die in het gidsgebied vrijwel alleen in de kustlagunes van het noordwesten van Mexico overwintert. Het gaat om de zwartbuikrotgans Branta bernicla nigricans, waarvan een groot deel van de Pacifische populatie de winter in de lagunes van Baja California doorbrengt. De soort is sterk gebonden aan zeegras.
Geluid
Een laag, rollend, keelachtig rronk of krrr-onk; groepen laten een aanhoudend gemompel horen, zowel op het water als in de vlucht.
Opname: Sjouke Scholten — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
55–66 cm, niet groter dan een grote eend en met een korte hals. Kop, hals en borst zijn zwart, met een witte halsband die bij de zwartbuikrotgans aan de voorkant gesloten is. Rug en buik zijn donker zwartbruin, de flanken hebben brede witte dwarsstrepen en de onderstaart en de zijkanten van de stuit zijn wit. Snavel en poten zijn zwart. Jonge vogels missen in de eerste herfst de halsband grotendeels en hebben lichte randen aan de vleugeldekveren. Vliegt snel, laag boven het water, in lange, golvende lijnen.
Verwarringssoorten
De grote Canadese gans Branta canadensis en de kleine Canadese gans Branta hutchinsii hebben een witte wangband in plaats van een halsband en een lichtbruin lichaam. De brilzee-eend Melanitta perspicillata en de witvleugelzee-eend Melanitta deglandi zijn op afstand ook donker, maar hebben een zware, bonte of gebogen snavel en duiken naar voedsel.
Leefgebied
Ondiepe kustlagunes en baaien met zeegrasvelden van Zostera marina, waar de vogels bij laag water grazen; daarnaast slikken, kwelders en beschutte kustwateren. Komt in het gidsgebied zelden landinwaarts.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Overwintert langs de Pacifische kust van Baja California en Baja California Sur, vooral in Bahía San Quintín, Laguna Ojo de Liebre, Laguna San Ignacio en Bahía Magdalena, en in kleiner aantal in de Golf van Californië langs de kust van Sonora en Sinaloa. Verder zuidelijk zeer zeldzaam. Broedt op de toendra van Alaska, het noorden van Canada en het noordoosten van Siberië; andere ondersoorten broeden ook in Groenland en het noorden van Eurazië.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter in groepen op het water van de grote lagunes aan de Pacifische kant van Baja California, zoals Ojo de Liebre bij Guerrero Negro en Bahía San Quintín; bij laag water grazen ze op de drooggevallen zeegrasvelden.
Staat van instandhouding
Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een talrijke wintergast in een klein aantal lagunes, wat de populatie kwetsbaar maakt voor verstoring en voor achteruitgang van het zeegras.
Wetenschappelijke naam
Branta bernicla | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Anas Bernicla; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Branta werd in 1769 ingevoerd door Scopoli. Branta is een gelatiniseerde vorm van het Oudnoorse brandgás, 'verbrande gans', dus zwarte gans. bernicla is middeleeuws Latijn voor 'zeepok', naar de oude opvatting dat deze ganzen uit zeepokken ontstonden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.



