Alle soorten › Zangvogels › Mierklauwieren › Rouwmiervogel

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Rouwmiervogel | Cercomacra nigricans

Jet Antbird | Hormiguero azabache

De rouwmiervogel is een slanke, langstaartige miervogel van dicht struikgewas en lianen aan bosranden. Het mannetje is diepzwart met witte randen aan de vleugeldekveren en witte staarttoppen; het vrouwtje is donkergrijs met witte streepjes op keel en borst. In het gidsgebied komt hij alleen in Panama voor, waar hij plaatselijk en schaars is.

Rouwmiervogel (Cercomacra nigricans)
Foto: Guy Babineau — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Zang een herhaalde reeks korte, schorre dubbele tonen. Mannetje en vrouwtje zingen vaak in duet.

Luister: ZangXC602220

Opname: Peter de Rouw — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

14–15 cm. Mannetje: diepzwart; vleugeldekveren met witte randen die twee of drie smalle vleugelstrepen vormen; staart vrij lang, zwart met brede witte toppen. Vrouwtje: donker leigrijs, keel en borst met witte streepjes; vleugel- en staarttekening als bij het mannetje. Snavel vrij fijn.

Verwarrings­soorten

Het mannetje van de zwarte mierklauwier Thamnophilus nigriceps (oosten van Panama) is ook zwart, maar heeft een zwaardere snavel met haakpunt en mist de witte vleugelstrepen en staarttoppen. De tiranmiervogel Cercomacroides tyrannina is grijs in plaats van zwart en heeft veel minder wit in vleugel en staart.

Leefgebied

Dichte lianen en struikgewas aan bosranden, in secundaire groei en langs open plekken in het laagland, vaak in de buurt van water. Eet insecten die hij van bladeren en stengels pikt.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied alleen in Panama, plaatselijk. Buiten het gidsgebied in het noorden van Zuid-Amerika, onder meer in Colombia, Venezuela en het westen van Ecuador.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het beste op te sporen via de zang in dichte lianenbegroeiing aan bosranden; de witte staarttoppen vallen op als hij zich even laat zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd. In het gidsgebied plaatselijk en schaars; buiten het gidsgebied wijder verbreid.

Wetenschappelijke naam

Cercomacra nigricans | Sclater, 1858

Sclater beschreef de soort in 1858 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Cercomacra voerde hij in datzelfde werk in. Cercomacra is Grieks, van kerkos 'staart' en makros 'lang': 'langstaart'. nigricans is Latijn voor 'zwartachtig', naar het grotendeels zwarte mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Santa Marta, Colombia.