Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Scotts troepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Scotts troepiaal | Icterus parisorum

Scott's Oriole | Bolsero tunero

Scotts troepiaal is een zwart-gele troepiaal van droge, open landschappen met yucca's en agaves. Hij broedt in het zuidwesten van de Verenigde Staten en het noorden van Mexico; noordelijke vogels trekken in de winter naar het midden en zuiden van Mexico, terwijl een deel van de populatie in Mexico jaarrond blijft.

Scotts troepiaal (Icterus parisorum)
Foto: Seabamirum on Flickr — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks heldere, vol fluitende tonen, vaak de hele dag door te horen en ook van vrouwtjes. De roep is een hard tsjek en een droge ratel.

Luister: ZangXC1140494

Opname: Paul Marvin — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

21–23 cm. Vrij grote, slanke troepiaal met een rechte, spitse snavel. Het mannetje heeft een zwarte kop, rug en borst; buik, stuit en schouder zijn citroengeel. De vleugel is zwart met een gele schoudervlek, een witte vleugelstreep en witte randen aan de slagpennen; de staart is zwart met een gele basis aan de zijkanten. Het vrouwtje is olijfgeel met een grijzig olijfkleurige, vaag gestreepte rug en twee witte vleugelstrepen; oudere vrouwtjes hebben vaak wat zwart op keel en gezicht. Jonge mannetjes hebben al een zwarte keel.

Verwarrings­soorten

De zwartkoptroepiaal Icterus graduacauda heeft ook een zwarte kop, maar een olijfgele rug. Waglers troepiaal Icterus wagleri heeft een zwarte kop en rug, maar een geeloranje buik, een zwarte onderstaart en geen witte vleugelstreep. De maskertroepiaal Icterus cucullatus heeft bij het mannetje een gele of oranje kop met alleen een zwarte keel en masker; vrouwtjes van de maskertroepiaal hebben een dunnere, licht gebogen snavel en een egale rug.

Leefgebied

Droge hellingen en vlakten met yucca's, agaves en Joshua-bomen, halfwoestijngrasland, woestijnstruweel en open pijnboom-jeneverbesbos en eikenbos in het lage gebergte. In de winter ook in droog struikgewas en dorpen. Eet insecten, vruchten en nectar van onder meer agave en aloë. Het nest hangt vaak onder de bladeren van een yucca.

Verspreiding en trek

Broedt in het zuidwesten van de Verenigde Staten en in het noorden van Mexico, in het gidsgebied in Baja California, Sonora, Chihuahua, Coahuila, Nuevo León en verder zuidelijk over het hoogland tot Zacatecas, San Luis Potosí en Hidalgo. In het zuiden van Baja California en op delen van het Mexicaanse hoogland jaarrond aanwezig. Noordelijke vogels overwinteren in het westen en midden van Mexico, zuidelijk tot Guerrero en Oaxaca.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In het broedseizoen vaak te vinden door te luisteren naar de fluitende zang, die vanaf de top van een yucca of een struik klinkt; de vogel zingt ook in de heetste uren van de dag.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen in droge gebieden. Plaatselijk verdwijnt geschikt leefgebied door ontginning en verstedelijking.

Wetenschappelijke naam

Icterus parisorum | Bonaparte, 1838

Bonaparte beschreef de soort in 1838 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. parisorum eert 'de gebroeders Paris', Franse natuuronderzoekers en verzamelaars in Mexico, naar wie Bonaparte de soort uitdrukkelijk noemde. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.