Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Zwartrugtroepiaal

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Zwartrugtroepiaal | Icterus abeillei

Black-backed Oriole | Bolsero dorsioscuro

De zwartrugtroepiaal is een troepiaal van het hoogland van centraal Mexico en komt nergens anders voor. Hij werd lang samen met Bullocks troepiaal en de Baltimoretroepiaal als één soort beschouwd. In de winter is hij een van de weinige vogels die de overwinterende monarchvlinders in de dennenbossen van het hoogland eten.

Zwartrugtroepiaal (Icterus abeillei)
Foto: Jer Clarke — CC BY 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een korte reeks fluittonen en ratelende noten, vergelijkbaar met die van Bullocks troepiaal. De roep is een droge ratel en een kort tsjek.

Luister: RoepXC462195

Opname: Manuel Grosselet — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

18–20 cm. Middelgrote troepiaal met een rechte, spitse snavel. Het mannetje is grotendeels zwart van boven: kop, keel en rug zijn zwart, en het zwart loopt door over de zijkanten van borst en flanken. Borst- en buikmidden zijn oranje. De vleugel is zwart met een grote witte vlek op de vleugeldekveren en witte randen aan de slagpennen; de staart is zwart met oranje zijkanten. Het vrouwtje is olijfgrijs van boven en geelachtig van onder met twee witte vleugelstrepen, vaak met wat zwart op de keel.

Verwarrings­soorten

Bullocks troepiaal Icterus bullockiorum, die in de winter in hetzelfde gebied voorkomt, heeft bij het mannetje oranje wangen en wenkbrauwstreep en oranje flanken; vrouwtjes zijn grijzer op de buik en zijn moeilijk te onderscheiden. De Baltimoretroepiaal Icterus galbula heeft bij het mannetje oranje flanken en slechts een witte vleugelstreep. Scotts troepiaal Icterus parisorum is geel in plaats van oranje.

Leefgebied

Pijn-eikenbos, eikenbos, oeverbos en open bos in het hoogland, ook in parken, tuinen en boomgaarden met hoge bomen. In de winter ook in de dennen- en oyamelbossen waar monarchvlinders overwinteren. Eet insecten, vruchten en nectar.

Verspreiding en trek

Endemisch voor het hoogland van centraal Mexico, van Durango en Zacatecas zuidelijk en oostelijk door Jalisco, Guanajuato, Michoacán, de staat México, Hidalgo, Puebla en Tlaxcala tot in het westen van Veracruz en het noorden van Oaxaca. In de winter verplaatsen sommige vogels zich naar andere delen van het hoogland.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

In de winter vaak te zien in de reservaten met overwinterende monarchvlinders in Michoacán en de staat México, waar hij de vlinders van de takken plukt.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Vrij algemeen binnen zijn beperkte verspreidingsgebied. De omzetting van hooglandbos in landbouwgrond is een knelpunt, al gebruikt de soort ook parken en tuinen.

Wetenschappelijke naam

Icterus abeillei | (Lesson, 1839)

Lesson beschreef de soort in 1839 als Xanthornus Abeillei; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. abeillei eert de Franse arts, ornitholoog en verzamelaar Grégoire Abeillé (1798–1848). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico.