Alle soorten › Zangvogels › Troepialen › Baltimoretroepiaal
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Baltimoretroepiaal | Icterus galbula
Baltimore Oriole | Turpial de Baltimore
De Baltimoretroepiaal broedt in het oosten van Noord-Amerika en is in het gidsgebied een talrijke doortrekker en wintergast, van het zuiden van Mexico tot Panama. Hij werd vroeger samen met Bullocks troepiaal als één soort beschouwd; in de Great Plains, buiten het gidsgebied, komen hybriden tussen beide voor.
Geluid
De zang is een reeks heldere, fluitende noten in wisselend ritme, per mannetje verschillend; in de winter zelden te horen. De roep is een droge, ratelende reeks en een helder, tweetonig hie-lie.
Opname: Bobby Wilcox — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
17–19 cm. Middelgrote troepiaal met een rechte, spitse snavel. Het mannetje heeft een geheel zwarte kop, keel en rug; borst, buik, stuit en schouder zijn feloranje. De vleugel is zwart met een witte vleugelstreep en witte randen aan de slagpennen; de staart is zwart met oranje buitenhoeken. Het vrouwtje is variabel: bruinachtig olijf op de rug, geeloranje tot oranje op borst en buik, soms met wat zwart op kop en keel, en met twee witte vleugelstrepen. In de winter zijn veel vogels doffer dan in het broedseizoen.
Verwarringssoorten
Bullocks troepiaal Icterus bullockiorum heeft bij het mannetje oranje wangen en wenkbrauwstreep en een grote witte vleugelvlek; het vrouwtje heeft een grijswitte buik. De tuintroepiaal Icterus spurius is kleiner; het mannetje is zwart en kastanjebruin, het vrouwtje geelgroen zonder oranje tint. Andere troepialen in het gidsgebied hebben een oranje of gele rug of een zwarte keelvlek op een verder gele of oranje kop.
Leefgebied
In de winter in bosranden, secundair bos, oeverbos, schaduwkoffieplantages, tuinen en parken met bloeiende bomen, van zeeniveau tot in het middengebergte. Zoekt insecten, vruchten en nectar; in de winter vaak in groepjes bij bloeiende bomen zoals koraalbomen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Broedt in het zuiden van Canada en het oosten en midden van de Verenigde Staten. Overwintert van het zuiden van Mexico door heel Midden-Amerika tot in het noorden van Colombia en Venezuela, in kleine aantallen ook in Florida en op de Caraïben. Trekt in het voor- en najaar door het oosten van Mexico en over de Golf van Mexico; in het noorden en westen van Mexico schaars.
- Wintergast (ca. okt–mrt)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
In de winter het best te zien in bloeiende bomen in tuinen, parken en koffieplantages; vaak verraadt de ratelende roep de vogels in het bladerdak.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Wijdverbreid en algemeen in het oosten van Noord-Amerika, al nemen de aantallen daar af. In het gidsgebied een algemene wintergast; het verdwijnen van bos en schaduwkoffie raakt ook deze soort.
Wetenschappelijke naam
Icterus galbula | (Linnaeus, 1758)
Linnaeus beschreef de soort in 1758 als C[oracias] Galbula; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Icterus werd in 1760 ingevoerd door Brisson. Icterus komt van het Griekse ikteros, een gele vogel — doorgaans opgevat als de wielewaal — waarvan de aanblik geelzucht zou genezen. galbula is de Latijnse naam voor een gele vogel, opnieuw waarschijnlijk de wielewaal. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Virginia.




