Alle soorten › Roofvogels › Havikachtigen › Slakkenwouw
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Roofvogels, uilen, ijsvogels en spechten Afroaves › Havikachtigen en uilen Hieraves
Slakkenwouw | Rostrhamus sociabilis
Snail Kite | Gavilán caracolero
De slakkenwouw is een middelgrote wouw met brede, afgeronde vleugels en een dunne, sterk gehaakte snavel, die bijna alleen van appelslakken leeft. Hij vliegt traag en laag over open moeras met de kop naar beneden, grijpt een slak uit het water en trekt die op een zitpost met de haaksnavel uit het huisje. In het gidsgebied is hij een standvogel van zoetwatermoerassen, meren en rijstvelden in het laagland, vaak in groepen en met gezamenlijke slaapplaatsen.
Geluid
Een droog, krassend gekakel, ka-ka-ka-ka-kaa, en een schorre, blatende roep, vooral bij de slaapplaats en rond het nest.
Opname: Jacob Wijpkema — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
39–48 cm, met brede, afgeronde vleugels, een middellange staart met een rechte of licht ingekeepte rand en een dunne, sterk gehaakte zwarte snavel. Het mannetje is leizwart met een witte staartbasis, witte onderstaartdekveren en een donkere eindband in de staart; oog rood, washuid, teugels en poten oranjerood. Het vrouwtje is donkerbruin van boven en roomkleurig met zware bruine strepen van onder, met een lichte wenkbrauwstreep, een donkere oogstreep en ook een witte staartbasis; washuid en poten zijn geeloranje. Jonge vogels lijken op het vrouwtje, maar hebben een donker oog en lichtere randjes op de bovendelen. In de vlucht valt de witte staartbasis op.
Verwarringssoorten
De slanksnavelwouw Helicolestes hamatus, alleen in het oosten van Panama, is gedrongener, heeft een kortere, effen donkere staart zonder witte basis en een licht oog. De langsnavelwouw Chondrohierax uncinatus eet ook boomslakken, maar heeft een zwaardere snavel, een gebandeerde staart en geen witte staartbasis. Vrouwtjes en jonge Amerikaanse blauwe kiekendieven Circus hudsonius hebben ook een witte stuit, maar zijn slanker, met langere, smallere vleugels en een uilachtig gezicht.
Leefgebied
Open zoetwatermoerassen met ondiep water en drijvende vegetatie, meeroevers, lagunes, kanalen, sloten en rijstvelden in het laagland. Rust en slaapt in bomen en struiken langs het water, vaak in groepen. Broedt in losse kolonies in struiken of lage bomen boven het water. Trekt mee met de waterstand en kan plaatselijk ineens talrijk zijn of verdwijnen.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Standvogel in het laagland aan de Golfkant van Mexico vanaf het zuiden van Tamaulipas en Veracruz, via Tabasco, Campeche en het schiereiland Yucatán, en verder door Belize en het noorden van Guatemala. In Midden-Amerika plaatselijk in de laaglanden aan beide kanten, vooral rond grote meren en moerassen, zoals de meren van Nicaragua, de Golf van Fonseca, de moerassen van El Salvador, Caño Negro en Palo Verde in Costa Rica en de omgeving van het Panamakanaal en de rijstvelden van Panama. Buiten het gidsgebied in Florida, op Cuba en in tropisch Zuid-Amerika tot in het noorden van Argentinië.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op de moerassen van Palo Verde en Caño Negro in Costa Rica en rond Gamboa aan het Panamakanaal zijn vaak groepjes te zien die laag boven het water jagen. Lege slakkenhuisjes onder een zitpost verraden een vaste eetplek.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. Afhankelijk van moerassen met appelslakken; profiteert plaatselijk van rijstvelden en kanalen, maar gaat achteruit waar moerassen worden drooggelegd.
Wetenschappelijke naam
Rostrhamus sociabilis | (Vieillot, 1817)
Vieillot beschreef de soort in 1817 als Herpetotheres sociabilis; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Rostrhamus werd in 1830 ingevoerd door Lesson. Rostrhamus is Latijn, van rostrum 'snavel' en hamus 'haak', naar de sterk gehaakte snavel waarmee hij slakken uit hun huis trekt. sociabilis is Latijn voor 'gezellig', naar de gewoonte in groepen te foerageren, te slapen en soms in kolonies te broeden. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Corrientes, Argentinië.




