Alle soorten › Zangvogels › Tirannen › Sparrenpiewie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Sparrenpiewie | Contopus cooperi
Olive-sided Flycatcher | Pibí boreal
De sparrenpiewie is een forse, gedrongen piewie die in het gidsgebied vooral als doortrekker te zien is, steeds hoog op de top van een dode boom of een kale tak. Kenmerkend is het donkere, aan de voorkant open 'vest' over een witte middenstreep op borst en buik. De soort broedt in de naaldbossen van Canada en het westen van de Verenigde Staten en overwintert vooral in de Andes.
Geluid
De zang is een luid, helder fluitend wiet-WIE-wiew, in het Engels weergegeven als quick-three-beers, ook tijdens de voorjaarstrek te horen. Roept met een herhaald pip-pip-pip.
Opname: Greg Irving — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto
Herkenning
18–20 cm, met een grote kop, een korte staart en lange, spitse vleugels. Bovendelen donker grijsolijf. Flanken en zijkanten van de borst donker gestreept grijsolijf, als een openstaand vest; keel en een smalle middenbaan van borst en buik wit of gelig wit. Aan weerszijden van de stuit een witte pluk die vaak achter de vleugel uitsteekt, maar ook vaak verborgen is. Vleugelstrepen vaag. Snavel vrij groot, ondersnavel grotendeels oranjegeel met een donkere punt. Mannetje en vrouwtje zijn gelijk.
Verwarringssoorten
De grote piewie Contopus pertinax heeft een spitse kuif, een egaler grijze onderzijde zonder duidelijk vest en een volledig oranje ondersnavel. De westelijke bospiewie Contopus sordidulus en de oostelijke bospiewie Contopus virens zijn kleiner en slanker, met een langere staart, duidelijkere vleugelstrepen en een minder scherp afgetekend vest. De zwarte phoebe Sayornis nigricans heeft een zwarte borst en wipt voortdurend met de staart.
Leefgebied
Tijdens de trek en in de winter in open bergbos, bosranden, open plekken met dode bomen, brandplekken en weiland met hoge bomen, zowel in pijn-eikenbos als in bergregenwoud en lager in voetheuvelbos. Zit vrijwel altijd op de hoogste, kale uitkijkpost en vliegt van daaruit grote vliegende insecten achterna, vooral bijen, wespen en vliegende mieren.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
Doortrekker door vrijwel het hele gidsgebied, vooral in de bergen en voetheuvels; in het voorjaar van april tot begin juni, in het najaar van augustus tot oktober. Broedt plaatselijk in de naaldbossen van de bergen in het noorden van Baja California. In kleine aantallen wintergast in de bergen van het zuiden van het gidsgebied, vooral in Costa Rica en Panama. Buiten het gidsgebied broedend in Alaska, Canada en de bergen van het westen en noordoosten van de Verenigde Staten; overwintert vooral in de Andes van Colombia tot Peru en Bolivia.
- Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Op trek het best te vinden door de toppen van dode bomen langs bosranden en open plekken in de bergen af te zoeken; de vogel keert na een vangvlucht vaak naar dezelfde tak terug.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd, maar de broedpopulatie in Noord-Amerika is sinds de jaren 1970 sterk afgenomen, waarschijnlijk door verlies van overwinteringsgebied in de Andes, veranderingen in het bosbeheer en minder vliegende insecten. In het gidsgebied vooral een schaarse doortrekker.
Wetenschappelijke naam
Contopus cooperi | (Nuttall, 1831)
Nuttall beschreef de soort in 1831 als Muscicapa cooperi; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Contopus werd in 1855 ingevoerd door Cabanis. Contopus is Grieks, van kontos 'paal, schacht' en pous 'voet', naar de korte poten. cooperi eert de Amerikaanse natuuronderzoeker en verzamelaar William Cooper (1798–1864). Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mount Auburn bij Cambridge, Massachusetts (VS).





