Alle soorten › Zangvogels › Spreeuwen › Spreeuw

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Spreeuw | Sturnus vulgaris

Common Starling | Estornino pinto

De spreeuw is in het gidsgebied een exoot: hij komt hier van nature niet voor. Na de invoering in New York in 1890 verspreidde hij zich over heel Noord-Amerika en bereikte hij vanaf het midden van de twintigste eeuw Mexico, eerst als wintergast en later ook als broedvogel. Hij leeft vooral bij steden, boerderijen en akkers.

Spreeuw (Sturnus vulgaris)
Foto: Tisha Mukherjee — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Gevarieerde, rommelende zang vol fluitjes, klikken, kraakgeluiden en nabootsingen van andere vogels. Roep een schor, aflopend sjrèèh; groepen maken een voortdurend gekwetter.

Luister: VluchtroepXC1142838

Opname: Uku Paal — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

20–22 cm. Compact, met een korte, vierkante staart, een puntige, rechte snavel en driehoekige, spitse vleugels. In het broedkleed zwart met een groene en paarse glans en weinig lichte stippels; snavel geel. In het winterkleed dicht bezaaid met witte en okerkleurige stippels en een donkere snavel. Jonge vogels egaal grijsbruin met een lichtere keel. In de vlucht valt het driehoekige silhouet op. De seksen zijn vrijwel gelijk.

Verwarrings­soorten

De Brewers troepiaal Euphagus cyanocephalus en de koevogels, zoals de bruinkopkoevogel Molothrus ater en de roodoogkoevogel Molothrus aeneus, zijn ook zwart en glanzend en zoeken vaak samen met spreeuwen voedsel op weilanden, maar hebben een langere staart, een kegelvormige snavel en geen stippels; ze lopen en vliegen minder rechtlijnig.

Leefgebied

Steden en dorpen, boerderijen, veehouderijen, akkers, weilanden en vuilnisbelten. Zoekt in groepen op de grond naar insecten en larven en eet ook zaden, vruchten en afval. Broedt in holten, ook in gebouwen. 's Winters vormen zich soms grote slaapplaatsen.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Van nature in Europa, West-Azië en Noord-Afrika; ingevoerd in onder meer Noord-Amerika, Zuid-Afrika en Australië. In het gidsgebied vooral in het noorden en midden van Mexico, met broedende vogels in steden en landbouwgebieden in het noorden; zuidelijker een onregelmatige wintergast, en in Midden-Amerika slechts een zeldzame verschijning.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

's Winters het best te vinden bij veehouderijen, akkers en vuilnisbelten in het noorden van Mexico, vaak in gemengde groepen met troepialen en koevogels.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een exoot. Hij concurreert met inheemse holenbroeders zoals spechten om nestholten.

Wetenschappelijke naam

Sturnus vulgaris | Linnaeus, 1758

Linnaeus beschreef de soort in 1758 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Sturnus voerde hij in datzelfde werk in. Sturnus is het Latijnse woord voor 'spreeuw'. vulgaris is Latijn voor 'gewoon, algemeen'. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.