Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Steltstrandloper

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Steltstrandloper | Calidris himantopus

Stilt Sandpiper | Correlimos zancolín

De steltstrandloper is een hoogpotige strandloper van de Noord-Amerikaanse toendra die in Zuid-Amerika overwintert en in grote aantallen door het gidsgebied trekt; een deel blijft de winter over in Mexico. Hij foerageert als een kleine grijze snip, tot de buik in het water met de snavel diep in de bodem, en zit vaak tussen geelpootruiters en grijze snippen op ondiepe lagunes en plassen.

Steltstrandloper (Calidris himantopus)
Foto: Andrew Weitzel from Lancaster, PA, USA — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Een zacht, wat schor tjoe of kirr, en een laag, rollend krrr; meestal weinig vocaal.

Luister: ZangXC203568

Opname: Andrew Spencer — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

18–23 cm, met een kleine kop, lange groengele poten en een lange zwarte snavel met een licht neerwaarts gebogen, iets verdikte punt. In winterkleed bruingrijs van boven, met een witte wenkbrauwstreep en een lichte onderkant met fijne grijze streepjes op borst en flanken. Jonge vogels hebben een donkere rug met lichte veerranden en een licht beige borst. In broedkleed, in het voorjaar en vroeg in het najaar, een roestbruine oorvlek en kruin en dicht dwarsgebandeerde onderdelen. In vlucht geen duidelijke vleugelstreep, een witte stuit en tenen die voorbij de staart uitsteken.

Verwarrings­soorten

De kleine geelpootruiter Tringa flavipes is groter, met helderder gele poten en een dunnere, rechte snavel, en loopt actiever rond. De kleine grijze snip Limnodromus griseus is groter en gedrongener, met een veel langere snavel en een witte wig tot hoog op de rug. De bonapartes strandloper Calidris fuscicollis is kleiner, met kortere zwarte poten, een kortere snavel en lange vleugels die voorbij de staart reiken.

Leefgebied

Ondiepe lagunes en zoutpannen, zoet- en brakwaterplassen, meren en stuwmeren met kale oevers, binnenlandse zoutmeren, rijstvelden, garnalenvijvers en overstroomde graslanden; minder op open getijdenvlakten. Foerageert waadend, vaak in groepjes, met een snelle op-en-neer-beweging van de snavel als van een naaimachine, waarbij de kop soms helemaal onder water gaat.

Verspreiding en trek

Doortrekker in het hele gidsgebied, van Baja California en het noorden van Mexico tot Panama, aan beide kusten en in het binnenland; het talrijkst in het noorden en oosten van Mexico en tijdens de najaarstrek, die al in juli begint. Overwintert plaatselijk in Mexico, vooral in de lagunes en garnalenvijvers van Sonora, Sinaloa en Nayarit en langs de Golfkust, en in kleinere aantallen zuidelijker in Midden-Amerika. Buiten het gidsgebied broedt de soort op de toendra van Alaska en Arctisch Canada en overwintert zij vooral in centraal Zuid-Amerika.

  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Ondiepe lagunes, garnalenvijvers en ondergelopen velden in de najaarstrek. Op afstand verraden de waadstand tot de buik, de naaimachinebeweging en de lange poten de soort tussen de geelpootruiters.

Staat van instandhouding

Gevoelig. De wereldpopulatie gaat achteruit. In het gidsgebied is de soort afhankelijk van ondiepe lagunes, zoutpannen en natte velden, die plaatselijk worden drooggelegd, opgevuld of omgezet in kwekerijen.

Wetenschappelijke naam

Calidris himantopus | (Bonaparte, 1826)

Bonaparte beschreef de soort in 1826 als Tringa himantopus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. himantopus is Grieks voor 'riemvoet', naar de lange poten; het is ook de geslachtsnaam van de steltkluut. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Long Branch in New Jersey.