Alle soorten › Steltloperachtigen › Strandlopers en snippen › Kemphaan

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Kraanvogels en steltlopers Gruimorphae

Kemphaan | Calidris pugnax

Ruff | Combatiente

De kemphaan is een Euraziatische steltloper en in het gidsgebied een dwaalgast, geen inheemse soort. De vogels die hier opduiken komen vermoedelijk via Noord-Amerika, waar de soort een schaarse maar jaarlijkse gast is. Er zijn slechts enkele gevallen bekend.

Kemphaan (Calidris pugnax)
Foto: Zeynel Cebeci — CC BY-SA 4.0 · Wikimedia Commons

Geluid

Meestal stil; in de vlucht soms een zacht kie-wiet of een laag geknor.

Luister: VluchtroepXC1168400

Opname: Stanislas Wroza — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

22–32 cm; het mannetje is duidelijk groter dan het vrouwtje. In het gidsgebied vrijwel alleen in rust- of jeugdkleed te verwachten: een kleine kop op een vrij lange hals, een korte, licht gebogen snavel, een bolle borst en lange poten, groenig tot oranje. De bovendelen zijn geschubd, met brede lichte randen aan de veren; jonge vogels zijn warm geelbruin op hals en borst. In de vlucht een smalle witte vleugelstreep en twee ovale witte vlekken aan weerszijden van de stuit.

Verwarrings­soorten

De kleine geelpootruiter Tringa flavipes heeft een langere, rechte snavel, heldergele poten en een vierkante witte stuit. De steltstrandloper Calidris himantopus heeft een langere, aan de punt gebogen snavel en een witte stuit. De gestreepte strandloper Calidris melanotos heeft een scherp afgezette, gestreepte borst, en de blonde ruiter Calidris subruficollis is kleiner, met een kort, recht snaveltje en effen geelbruine onderdelen.

Leefgebied

Natte graslanden, rijstvelden, ondiepe randen van zoete en brakke lagunes, zoutpannen en slikken; vaak tussen andere steltlopers.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Enkele gevallen in Mexico en Midden-Amerika, onder meer in Costa Rica en Panama. Broedt in het noorden van Eurazië en overwintert vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara en in Zuid-Azië; in het oosten van Noord-Amerika een schaarse doortrekker.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • Doortrek (mrt–apr, okt–nov)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Groepen geelpootruiters en steltstrandlopers op natte weilanden en rijstvelden zijn de plek om een kemphaan tussen te vinden; de kleine kop, de bolle borst en de witte vlekken naast de stuit in de vlucht zijn de beste kenmerken.

Staat van instandhouding

Wereldwijd niet bedreigd. In het gidsgebied een dwaalgast zonder vaste aanwezigheid; er zijn geen aanwijzingen voor een trend.

Wetenschappelijke naam

Calidris pugnax | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Tringa Pugnax; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Calidris werd in 1804 ingevoerd door Merrem. Calidris gaat terug op het Griekse kalidris of skalidris, bij Aristoteles de naam van een niet nader bepaalde grijze oevervogel. pugnax is Latijn voor 'strijdlustig', naar het schijngevecht van de mannetjes op de baltsplaats. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Zweden.