Alle soorten › Zangvogels › Tangaren › Suikerdiefje

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Suikerdiefje | Coereba flaveola

Bananaquit | Reinita mielera

Het suikerdiefje is een klein, druk vogeltje met een gebogen snavel, dat nectar, fruit en kleine insecten eet. Het heeft een donkere bovenkant, een witte wenkbrauwstreep en een gele borst. In vochtige delen van het gidsgebied is het algemeen in bosranden, tuinen en plantages, en het komt ook naar suikerwater en fruit bij huizen.

Suikerdiefje (Coereba flaveola)
Foto: Luiz Lapa from Oeiras, Portugal — CC BY 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een hoge, snelle, sissende en piepende reeks, zoals tsie-tsie-tsiee-tsitsitsi, die het hele jaar en vaak de hele dag te horen is. De roep is een kort, scherp tsip.

Luister: ZangXC1175589

Opname: José María Loaiza B. — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto

Herkenning

10–11 cm. Korte, spitse, licht gebogen zwarte snavel met een klein rood of roze vlekje bij de mondhoek. De bovenkant is donker leigrijs tot zwartachtig, met een brede witte wenkbrauwstreep, een kleine witte vleugelspiegel en witte punten aan de buitenste staartpennen. De keel is lichtgrijs, borst en stuit zijn helder geel en de onderbuik is wittig. De seksen zijn gelijk; jonge vogels zijn doffer en olijfkleuriger, met een gelige wenkbrauwstreep.

Verwarrings­soorten

Vrouwtjes van de blauwe suikervogel Cyanerpes cyaneus en de purpersuikervogel Cyanerpes caeruleus zijn groen of gestreept, zonder witte wenkbrauwstreep of gele stuit. De mangrovezanger Setophaga petechia is geheel geel met een rechte snavel. Verschillende tirannen zoals de grote kiskadie Pitangus sulphuratus hebben een vergelijkbaar kleurpatroon maar zijn veel groter, met een rechte, platte snavel.

Leefgebied

Randen en open plekken van vochtig bos, secundair bos, schaduwkoffie en cacaoplantages, tuinen, parken en mangrove, van zeeniveau tot ongeveer 1500 m, plaatselijk hoger. Prikt bloemen aan de basis aan om nectar te stelen, eet rijp fruit en zoekt insecten; bouwt ronde nesten met een zijingang, ook als slaapnest.

Verspreiding en trek

In het gidsgebied van het zuiden van Mexico, onder meer de Caribische laaglanden en de kust en eilanden van Quintana Roo, door heel Midden-Amerika tot Panama, vooral aan de Caribische kant en in vochtige delen van de Pacifische kant. Daarbuiten in het Caribisch gebied en in een groot deel van Zuid-Amerika, met veel regionale vormen die soms als aparte soorten worden beschouwd.

  • Jaarrond
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Bloeiende bomen en struiken in tuinen, voedertafels met fruit en schaaltjes suikerwater zijn de beste plaatsen. De hoge, sissende zang verraadt de soort vaak voordat hij te zien is.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Zeer algemeen en wijdverspreid; profiteert van tuinen, plantages en secundair bos.

Wetenschappelijke naam

Coereba flaveola | (Linnaeus, 1758)

Linnaeus beschreef de soort in 1758 als Certhia flaveola; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Coereba werd in 1809 ingevoerd door Vieillot. De herkomst van Coereba is onzeker; mogelijk van een Tupí-naam (guirá) voor een klein zwart-geel vogeltje. flaveola is een verkleinwoord van het Latijnse flavus 'goudgeel', naar de gele borst en stuit. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Jamaica.