Alle soorten › Gierzwaluwachtigen › Kolibries › Tandsnavelkolibrie
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Vogels van de elementen Elementaves › Nachtzwaluwen en gierzwaluwen Strisores
Tandsnavelkolibrie | Androdon aequatorialis
Tooth-billed Hummingbird | Colibrí piquidentado
De tandsnavelkolibrie is de enige soort van zijn geslacht en dankt zijn naam aan de fijne, tandachtige kartels langs de rand van de snavelpunt. De snavel is ook aan de punt licht gehaakt. Hij vliegt vaste routes langs bloemen, maar vangt daarnaast veel kleine geleedpotigen, onder meer uit spinnenwebben. In het gidsgebied leeft hij alleen in de voetheuvels en bergen van Darién.
Geluid
Een hoog, dun tsiep, vaak in de vlucht. Een zang is weinig beschreven.
Opname: Olaf Jahn — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
13–14 cm, met een zeer lange, rechte snavel van ongeveer 4 cm, met een licht gehaakte punt en fijne kartels die alleen van dichtbij zichtbaar zijn. De kruin is donker, de bovendelen zijn bronsgroen, met een smalle witte band over de stuit. De onderdelen zijn grijswit met zware, donkere lengtestrepen. De staart is grijs, met een donkere band voor de witte top. Mannetje en vrouwtje zijn vrijwel gelijk.
Verwarringssoorten
Heremietkolibries, zoals de groene heremietkolibrie Phaethornis guy en de bleke heremietkolibrie Phaethornis anthophilus, hebben een gebogen snavel, een gezichtsmasker en lange middelste staartpennen. De langsnavelsterkeelkolibrie Heliomaster longirostris heeft een rode keel bij het mannetje, een witte streep midden over de rug en geen gestreepte onderkant. De haaksnavelkolibrie Eutoxeres aquila heeft een sterk gekromde snavel.
Leefgebied
De onderlaag en middenlaag van vochtig voetheuvel- en lager bergbos, ook langs bosranden en beken, vooral tussen ongeveer 300 en 1500 m. Bezoekt bloemen van epifyten en struiken op vaste routes en zoekt geleedpotigen in bladeren en spinnenwebben.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het gidsgebied alleen in het oosten van Panama, in de voetheuvels en bergen van Darién, zoals de Serranía de Pirre en het gebied rond Cana. Buiten het gidsgebied langs de Pacifische kant van Colombia tot het noordwesten van Ecuador.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Vooral rond Cana en op de hellingen van de Cerro Pirre in Darién, bij bloeiende epifyten en struiken langs bospaden. Het gebied is afgelegen en alleen met een georganiseerde reis te bereiken.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd. In het verspreidingsgebied plaatselijk vrij algemeen. In het gidsgebied beperkt tot een klein deel van Darién, waar het bos nog grotendeels intact is.
Wetenschappelijke naam
Androdon aequatorialis | Gould, 1863
Gould beschreef de soort in 1863 en plaatste haar meteen in het geslacht waarin ze nog altijd staat. Het geslacht Androdon voerde hij in datzelfde werk in. Androdon is Grieks, van anēr, andros 'man' en odous, odontos 'tand', naar de fijne tandjes aan de snavelpunt van het mannetje. aequatorialis is Latijn voor 'van de evenaar', naar Ecuador, waar de soort werd beschreven. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Ecuador.


