Alle soorten › Zangvogels › Lijsttangaren › Troepiaaltangare
Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae
Troepiaaltangare | Rhodinocichla rosea
Rosy Thrush-tanager | Tangara cuitlacoche
De troepiaaltangare is een lijsterachtige zangvogel van dichte ondergroei, waarvan het mannetje leigrijs is met een rozerode keel en borst. Hij is de enige soort in zijn familie, de Rhodinocichlidae, en vormt geen naaste verwant van de echte tangaren. In het gidsgebied leeft hij in twee gescheiden gebieden: het westen van Mexico en het zuiden van Costa Rica en Panama.
Geluid
De zang is een luide, rijke en heldere reeks van gevarieerde fluittonen, zoals tsjo-wie, tsjiero; paartjes zingen vaak in duet. Roept ook een zacht, nasaal tsjuk. Meestal eerder gehoord dan gezien.
Opname: Charlie Vogt — CC BY-NC-SA 4.0 · omgezet naar mono · xeno-canto
Herkenning
19–20 cm. Slank, met een vrij lange, iets gebogen snavel, korte, ronde vleugels en een lange staart. Het mannetje is donker leigrijs boven, met een rozerode wenkbrauwstreep voor het oog en rozerode keel, borst en buikmidden; flanken grijs. Het vrouwtje heeft hetzelfde patroon, maar het rozerood is vervangen door warm oranjebruin tot okerkleurig. Zoekt op de grond voedsel en werpt daarbij met de snavel bladeren opzij.
Verwarringssoorten
Weinig andere soorten lijken erop. Het mannetje van de rode miertangare Habia rubica is geheel dof rood, zonder grijze bovendelen. Vrouwtjes zouden in het halfdonker verward kunnen worden met de roodborstwinterkoning Pheugopedius rutilus, maar die is veel kleiner, met een gevlekt gezicht en een gebandeerde staart.
Leefgebied
Dichte ondergroei en struikgewas in droog en halfgroenblijvend bos, secundair bos, bosranden en overgroeide open plekken; in Mexico vooral in droog tot halfvochtig bos, in Costa Rica en Panama ook in vochtiger begroeiing. Van zeeniveau tot ongeveer 1200 m. Leeft verborgen dicht bij de grond en eet insecten, andere ongewervelden en zaden.
Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.
Verspreiding en trek
In het westen van Mexico langs de Pacifische helling van het zuiden van Sinaloa tot Jalisco en Colima. Daarnaast in het zuidwesten van Costa Rica en in Panama, vooral aan de Pacifische kant tot in het gebied van het Panamakanaal. Buiten het gidsgebied in het noorden van Colombia en het noorden van Venezuela.
- Jaarrond
- donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Hoe en wanneer kijken
Bekend uit de omgeving van San Blas in Nayarit en uit het Parque Natural Metropolitano in Panama-Stad. Het best vroeg in de ochtend op te sporen aan de zang en aan het geritsel van omgewoelde bladeren in de ondergroei.
Staat van instandhouding
Niet bedreigd (LC). Plaatselijk vrij algemeen, maar door zijn verborgen leefwijze moeilijk te zien. Het verdwijnen van droogbos en struikgewas, vooral in het westen van Mexico, is de belangrijkste bedreiging.
Wetenschappelijke naam
Rhodinocichla rosea | (Lesson, 1832)
Lesson beschreef de soort in 1832 als Furnarius roseus; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Rhodinocichla werd in 1853 ingevoerd door Hartlaub. Rhodinocichla is Grieks, van rhodinos 'rozerood' en kikhlē 'lijster': 'rozenlijster', naar het roze verenkleed. rosea is Latijn voor 'rozekleurig', naar de roze keel en borst van het mannetje. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Caracas, Venezuela (vervangende typelocatie).


