Alle soorten › Zangvogels › Amerikaanse gorzen › Vijfstrepengors

Plaats in de stamboom Vogels Aves › Vogels met een beweeglijk verhemelte Neognathae › Alle overige moderne vogels Neoaves › Landvogels Telluraves › Valken, papegaaien en zangvogels Australaves › Valken en zangvogels Eufalconimorphae › Papegaaien en zangvogels Psittacopasserae

Vijfstrepengors | Amphispizopsis quinquestriata

Five-striped Sparrow | Zacatonero cinco rayas

De vijfstrepengors is een donkere, grijsbruine gors van steile, begroeide rotshellingen in het westen van Mexico. De naam verwijst naar de lichte en donkere strepen op kop en keel. Een kleine populatie broedt net over de grens in het zuidoosten van Arizona; verder is de soort vrijwel beperkt tot het gidsgebied.

Vijfstrepengors (Amphispizopsis quinquestriata)
Foto: Don Faulkner — CC BY-SA 2.0 · Wikimedia Commons

Geluid

De zang is een reeks korte, droge en wat hese frasen, elk gevolgd door een korte pauze, zoals tsjip-tsjip-tsjurr of tsie-tsuwie. Mannetjes zingen vanaf een hoge struik of rotsblok, vooral in het regenseizoen. De roep is een laag, metaalachtig tsjink.

Luister: ZangXC805408

Opname: Alex Lin-Moore — CC BY-NC-SA 4.0 · ingekort tot de eerste 60 s, mono · xeno-canto

Herkenning

14–16 cm. Middelgrote, donkere gors met een vrij lange, afgeronde staart. Bovendelen egaal donker grijsbruin, kop grijzer. Witte wenkbrauwstreep en aan elke kant een witte baardstreep langs een zwarte keelvlek; samen met de zwarte keel vormen deze de vijf strepen. Borst en flanken grijs, met een zwarte vlek midden op de borst; buik wit. Snavel donkergrijs. De seksen zijn gelijk; jonge vogels missen de zwarte keel en borstvlek en zijn fijn gestreept op de borst.

Verwarrings­soorten

De zwartkeelgors Amphispiza bilineata heeft eveneens een zwarte keel met een witte wenkbrauw- en baardstreep, maar is van boven bleker zandgrijs, heeft een ongevlekte, lichtgrijze tot witte borst zonder zwarte borstvlek en leeft in open, vlakkere woestijn. De zwartborstgors Peucaea humeralis uit het zuidwesten van Mexico heeft een witte keel, een zwarte borstband en roodbruine vleugelschouders.

Leefgebied

Steile, rotsachtige hellingen, ravijnen en canyons met hoog, dicht doornstruweel, vaak afgewisseld met pollen gras; ook in de overgang naar tropisch droogbos en laag eikenbos, van ongeveer 600 tot 2000 m. Zoekt op de grond onder de struiken naar zaden en insecten. Broedt laat in het jaar, na het begin van de zomerregens in juli en augustus.

Waar de vogel het meest zit, ingedeeld naar de vegetatie-eenheden van Mexico en Midden-Amerika.

Verspreiding en trek

Bijna beperkt tot het westen van Mexico. In het gidsgebied langs de westflank van de Sierra Madre Occidental, van Sonora en het westen van Chihuahua via Sinaloa en Durango tot Nayarit en Jalisco. Daarbuiten alleen een kleine broedpopulatie in het zuidoosten van Arizona. De noordelijkste vogels trekken in de winter naar het zuiden; zuidelijker is de soort standvogel.

  • Jaarrond
  • Zomergast (ca. apr–sep)
  • Wintergast (ca. okt–mrt)
  • donker = kerngebied, licht = dun verspreid
Dichtheidskaart uit de waarnemingen van GBIF (2006-10-01 – 2026-09-30), geteld per hokje van 0,7° en per maand en gedeeld door alle vogelwaarnemingen in datzelfde hokje — zo telt niet mee hoeveel vogelaars er kijken. De kleurdiepte volgt dat aandeel en loopt geleidelijk af; de kaart houdt zich dus niet aan landsgrenzen. Landcontouren: Natural Earth (publiek domein).

Hoe en wanneer kijken

Het best te vinden in juli en augustus, wanneer de mannetjes na de eerste zomerregens zingen vanaf de top van struiken op steile hellingen; buiten die periode is de soort stil en lastig te zien.

Staat van instandhouding

Niet bedreigd (LC). Plaatselijk vrij algemeen op steile hellingen in het westen van Mexico. Overbegrazing en het afbranden of kappen van struweel tasten het leefgebied plaatselijk aan.

Wetenschappelijke naam

Amphispizopsis quinquestriata | (Sclater & Salvin, 1868)

Sclater & Salvin beschreef de soort in 1868 als Zonotrichia quinquestriata; omdat ze later in een ander geslacht is geplaatst, staan auteur en jaartal tussen haakjes. Het geslacht Amphispizopsis werd in 1980 ingevoerd door Wolters. Amphispizopsis is gevormd uit de geslachtsnaam Amphispiza en het Griekse -opsis 'gelijkend op', omdat deze gors op de zwartkeelgors lijkt. quinquestriata is Latijn voor 'vijfgestreept', van quinque 'vijf' en stria 'streep', naar de vijf witte en zwarte strepen op kop en keel. Het eerst beschreven exemplaar kwam uit Mexico; waarschijnlijk Bolaños, Jalisco.